De geschiedenis van het Europees Kampioenschap Vrouwenvoetbal

De geschiedenis van het Europees Kampioenschap Vrouwenvoetbal

Het lijkt al heel normaal om een Europees Kampioenschap voor vrouwenvoetbal te hebben – en eigenlijk is dat ook zo.

De ‘UEFA European Women’s Championship’, beter bekend als het ‘UEFA Women’s Euro’, wordt elke vier jaar gehouden tussen de landen die zich via kwalificatiewedstrijden (soms ook play-offs) weten te plaatsen voor het eindtoernooi. De eerste officiële benaming in de jaren ’80 van de vorige eeuw luidde zelfs: “UEFA European Competition for Representative Women’s Teams”. Destijds was het een proefopzet om te ontdekken hoe deze competitie zich kon ontwikkelen.

Daphne Koster: “Ik vat het op als een compliment.”

Daphne Koster: “Ik vat het op als een compliment.”

Voor de Blende-loze 🙂

De drang om altijd de beste te willen zijn, zorgde in haar carrière voor de nodige conflicten. Daphne Koster neemt geen blad voor de mond in haar autobiografie ’Nooit meer buitenspel’, die morgen wordt gepresenteerd. Het onlangs gestopte boegbeeld van het vrouwenvoetbal kijkt kritisch naar de ontwikkeling van de snelgroeiende sport en blikt onder meer terug op een aantal merkwaardige beslissingen van de KNVB en de bondscoaches van het Nederlands elftal. „Bondscoach Sarina Wiegman wilde mij vanwege mijn sterke persoonlijkheid en leiderschap niet meenemen naar het EK van deze maand in eigen land… Ik vat het op als een compliment.”

Is er wel wat veranderd door de Eredivisie Vrouwen?

Wat is het grote verschil als we na 13 a 14 wedstrijden de BeNe League en de Eredivisie met elkaar vergelijken?

PSV ken(de)t vooralsnog een uitstekende start. Telstar kwaliteit (en financiën) in moeten leveren en is met de eigen jeugd verder gegaan, PEC en Heerenveen missen de extra kwaliteit en ADO Den Haag presteert minder door interne oorzaken. Bij Ajax zijn twee seizoen de aanvalspatronen zichtbaar en FC Twente ontwikkeld zich extra door de Europese wedstrijden ondanks een kwalitatief kleinere selectie uit de top 3.

Dit zijn de enkele wijzigingen als je de voormalige BeNe League en de Eredivisie met elkaar vergelijkt.. Een overzicht zie je verder op waarin duidelijk is dat op basis van het tussenklassement (scorebordjournalistiek) het even spannend is als in de BeNe League.

Ideaal beeld: Samenwerkende BVO, overheden en voetbalvereniging

Het vrouwenvoetbal heeft een gestructureerde en gezamenlijke aanpak nodig omdat we nog niet op het niveau zitten dat elke amateurafdeling van de huidige BVO’s die voornamelijk vanuit een stichting werken op eigen benen te zetten en geen “zorg” te verlenen aan de rest van de nog in ontwikkeling zijnde meidenvoetbal en de subtop van de piramide.

In een ideale wereld, het hele stuk is op die manier ook beschreven, zou de stille werkgroep van de Eredivisie Vrouwen en aangevuld met echte kennis, inhoud en voorliefde voor het vrouwenvoetbal onderstaand als gezamenlijk doel moeten stellen.

Niks maakt meiden zo sterk als sport

2010 – Onder leiding van bondscoach Vera Pauw (1963) kwalificeerde het Nederlands vrouwenvoetbalelftal zich voor het eerst voor een groot toernooi: het Europees Kampioenschap in Finland. Het was ook Pauw die de afgelopen jaren de eredivisie voor vrouwen realiseerde én Nederland tot het eerste land ter wereld maakte met gemengd jeugdvoetbal tot 19 jaar. ‘Meiden zouden zo lang mogelijk tussen de jongens moeten spelen, dat is voor iedereen beter.’

Op de parkeerplaats van het Golden Tulip Hotel in de bossen van Epe komen ze net aan: de speelsters van het Nederlands vrouwenvoetbal­elftal. In blauw KNVB-tenue en gewapend met een koffer-op-wieltjes van de sponsor; de wangen nog rood van de net afgeronde training op deze warme dag in de voorbereiding naar het EK 2009.

Wie is er verantwoordelijk: KNVB of BVO?

Een hoop oneliners passeren ons sinds de vertaalde versie van de FIFA (Women’s Football Development Programme Guidelines) om het vrouwen- en meidenvoetbal in de wereld verder te ontwikkelen, enthousiasmeren en of te stimuleren.

De stimulans zit in feit dat meisjes (nog) sneller in aanraking moeten komen met het voetbal, het spel dat elk hart sneller laat kloppen, voornamelijk bij jongens en mannen in welke economische hoedanigheid dan ook. De meisjes moeten het liefst al tussen haar 4e en 6e jaar een voetbal van dichtbij hebben gezien. Het voordeel daarvan is dat ze gauw het plezier van het spel kan ontdekken.

Nu komen meisjes gemiddeld pas rond haar 8e in aanraking met voetbal. En dat is ‘financieel’ zonde maar ook voor de FIFA en UEFA want naast de landelijke campagnes voeren zij een wereldwijde ‘strijd’ voor de positie van het (vrouwen) voetbal. Ook daar tellen de cijfers en de contracten. Over de niet uitdagende competitiestructuur binnen het meidenvoetbal wordt totaal niet gesproken, dat is juist de vijver om uitstroom tegen te gaan.