De geschiedenis van het Europees Kampioenschap Vrouwenvoetbal
Het lijkt al heel normaal om een Europees Kampioenschap voor vrouwenvoetbal te hebben – en eigenlijk is dat ook zo.
De ‘UEFA European Women’s Championship’, beter bekend als het ‘UEFA Women’s Euro’, wordt elke vier jaar gehouden tussen de landen die zich via kwalificatiewedstrijden (soms ook play-offs) weten te plaatsen voor het eindtoernooi. De eerste officiële benaming in de jaren ’80 van de vorige eeuw luidde zelfs: “UEFA European Competition for Representative Women’s Teams”. Destijds was het een proefopzet om te ontdekken hoe deze competitie zich kon ontwikkelen.


Wat is het grote verschil als we na 13 a 14 wedstrijden de BeNe League en de Eredivisie met elkaar vergelijken?
Het vrouwenvoetbal heeft een gestructureerde en gezamenlijke aanpak nodig omdat we nog niet op het niveau zitten dat elke amateurafdeling van de huidige BVO’s die voornamelijk vanuit een stichting werken op eigen benen te zetten en geen “zorg” te verlenen aan de rest van de nog in ontwikkeling zijnde meidenvoetbal en de subtop van de piramide.
2010 – Onder leiding van bondscoach Vera Pauw (1963) kwalificeerde het Nederlands vrouwenvoetbalelftal zich voor het eerst voor een groot toernooi: het Europees Kampioenschap in Finland. Het was ook Pauw die de afgelopen jaren de eredivisie voor vrouwen realiseerde én Nederland tot het eerste land ter wereld maakte met gemengd jeugdvoetbal tot 19 jaar. ‘Meiden zouden zo lang mogelijk tussen de jongens moeten spelen, dat is voor iedereen beter.’
Een hoop oneliners passeren ons sinds de vertaalde versie van de FIFA (Women’s Football Development Programme Guidelines) om het vrouwen- en meidenvoetbal in de wereld verder te ontwikkelen, enthousiasmeren en of te stimuleren.