2010 – Onder leiding van bondscoach Vera Pauw (1963) kwalificeerde het Nederlands vrouwenvoetbalelftal zich voor het eerst voor een groot toernooi: het Europees Kampioenschap in Finland. Het was ook Pauw die de afgelopen jaren de eredivisie voor vrouwen realiseerde én Nederland tot het eerste land ter wereld maakte met gemengd jeugdvoetbal tot 19 jaar. ‘Meiden zouden zo lang mogelijk tussen de jongens moeten spelen, dat is voor iedereen beter.’
Op de parkeerplaats van het Golden Tulip Hotel in de bossen van Epe komen ze net aan: de speelsters van het Nederlands vrouwenvoetbalelftal. In blauw KNVB-tenue en gewapend met een koffer-op-wieltjes van de sponsor; de wangen nog rood van de net afgeronde training op deze warme dag in de voorbereiding naar het EK 2009.
De bondscoach zit al in de hotellobby waar ze wat drinkt met haar man Bert van Lingen. Als ze de speelsters voorbij ziet lopen, zegt ze: “Ik geniet van die meiden. Ons team is divers in alle opzichten: leeftijd, opleiding, achtergrond. Iedereen heeft zijn eigenheid, maar houdt zich wel aan het proces waarin we zitten. Dat is toch geweldig?”
Ze vertelt hoe ze de vrouwen heeft zien veranderen. Dat het gewoon andere meiden zijn dan toen ze begonnen vier jaar terug. Dat ze zowel in als buiten het veld sterker zijn. “In sport moet je initiatief nemen en ageren in plaats van reageren. Je moet ergens om strijden. Je moet willen winnen, de beste willen zijn. Je moet ruimte innemen, zowel letterlijk als figuurlijk.”
En dat, zegt Pauw, botst in alle opzichten met onze opvoeding. “Wat ons als vrouwen bijvoorbeeld geleerd wordt, is dat we altijd eerst medestanders zoeken voordat we ons uiten. Meisjes leren als ze opgroeien dat ze passief horen te zijn en secondair moeten reageren. En in sport niet te fanatiek zijn, niet boven de gemene deler uitkomen. Vier jaar zijn we met deze groep bezig geweest om ze bij te brengen dat we over die culturele achtergronden heen moeten stappen. En dan zie je dat die meiden zich juist dankzij de sport ontwikkelen op een manier… geen middel is zo sterk in de empowerment van meisjes en vrouwen als sport.”
Daarom is ze ook bestuurslid geworden van Women Win, een organisatie die sportprojecten voor meisjes en vrouwen steunt in Afrika en Zuid-Amerika, maar ook in achterstandswijken in Amsterdam. “In regio”s waar vrouwen moeite hebben hun plek in de maatschappij te krijgen, blijkt sport vaak de enige manier om ze hun eigen kracht te laten voelen. Vooral bij vrouwen die met seksueel of oorlogsgeweld te
maken hebben gehad, en die vaak zelfs letterlijk hun mond niet meer open doen, blijkt sport het middel bij uitstek te zijn om hen te helpen voor zichzelf op te komen.”
Ze spreekt snel en gedreven. Dit is haar onderwerp; misschien zelfs haar missie. Over het antwoord op de vraag waar die drive vandaan komt, hoeft ze geen seconde na te denken. “Ik ben er een van een drieling, met twee broers. Ik ben opgegroeid als een jochie. En vervolgens bleek ik op de middelbare school ineens een meisje te zijn. Dat wist ik natuurlijk wel, maar ik was nooit in die rol gedwongen. Ik was gewoon Vera en als er over meisjes als groep werd gesproken, voelde ik me niet aangesproken. Ik zei zelf ook: meisjes kunnen niet voetballen. Voor mij was dat ook het beeld: ik had nog nooit een meisje gezien dat kon voetballen, buiten mezelf. Ik was een van de beteren op straat, maar ik was dan ook geen meisje.
Pas op de middelbare school werd ik daar heel nadrukkelijk mee geconfronteerd. Toen ik in de pauze wilde gaan voetballen, werd me duidelijk gemaakt: meisjes doen dat niet. En als ik huppelde en sprong, zeiden ze: doe jij eens even rustig. Ik werd een dood vogeltje in een hoekje. Dat kun je je nu niet meer voorstellen.”
Pas op de academie voor lichamelijke opvoeding (alo), waar ze in aanraking kwam met andere meiden die ook wilden bewegen, kroop ze weer uit haar schulp. Onlangs kwam ze Jan Jiskoot tegen, oud-topzwemmer en -coach en leraar op de alo, en hij verwoordde het zo: “Wat ik me van jou kan herinneren, is dat ik het eerste jaar niet eens in de gaten had dat jij überhaupt bestond. Pas tegen het eind van het tweede, begin derde jaar ontpopte je je. Je was als een bloem die openging.” Ze kon zichzelf weer worden en ontdekte dat ze veel sterker in het hele leven kwam te staan. “Ik vond het niet zo belangrijk meer of mensen me wel aardig vonden en of ik wel de vrouw was die ik zou moeten zijn.”
Haar leven staat sindsdien in het teken van het realiseren van mogelijkheden voor meiden om zich optimaal te ontwikkelen binnen het voetbal. En dat ging, op alle fronten, met de nodige strijd gepaard. Dankzij haar inspanningen is Nederland het enige land ter wereld met een gemengde jeugdcompetitie tot en met 19 jaar. Voetbal is, met ruim 110.000 leden, de snelst groeiende sport voor meisjes. Maar nu dat een keer geregeld is, komt er een tegenbeweging op gang van met name ouders die pleiten voor meisjesvoetbal. Hoe verklaart ze dat?
Fel: “Die ouders willen alleen de status quo terug. Ze zeggen: we gaan een eigen meidencompetitie opzetten want dat is beter voor die meiden. Maar dat is helemaal niet beter! Ik ben me kapot geschrokken van de uitkomsten van een onderzoek naar de verschillen tussen meisjes die in meisjescompetitie spelen en meisjes die gemengd voetbal spelen. Meisjes uit meisjesvoetbal zeggen dat ze zwakker zijn dan jongens en dat ze nooit zo goed zullen kunnen voetballen. Ze hebben nauwelijks een beeld van wat ze kunnen en niet kunnen en – heel opvallend – maken zelfs later een beroepskeuze.”
Hetzelfde onderzoek laat zien dat door het voetballen in gemengde voetbalcompetities zowel de meisjes zelf als de jongens, ouders, trainers en bestuursleden allemaal pluriformer gaan kijken naar de mogelijkheden van meisjes en vrouwen. Ze zeggen niet meer: meisjes als groep kunnen niet voetballen, maar: dit meisje kan dit hartstikke goed en dat meisje kan dat goed, zoals deze jongen daar goed in is en die jongen dat goed kan. Pauw: “Als je die onderzoeken ziet, dan weet je dat in iedere sport meiden zo lang mogelijk tussen jongens zouden moeten spelen. Dat is niet alleen goed voor die meiden – die staan sterker in hun schoenen – maar ook voor de jongens en voor alle andere betrokkenen.”
Zuchtend voegt ze eraan toe: “Het boek De mythe van breekbaarheid van Colette Dowling is niet voor niets mijn bijbel. Die mythe blijft maar
bestaan. We zijn die meiden maar aan het pamperen in plaats van ze een schop onder hun kont te geven. Help ze om die weerstand aan te kunnen in plaats van ze telkens terug te gooien in die comfortzone waar ze niets mee opschieten.”
Haar missie leidde ook tot haar onlangs verschenen boek De voetbalvrouwen komen eraan, met als ondertitel: Hoe meisjesdromen werkelijkheid worden. En ze was de drijvende kracht achter haar jarenlange strijd voor een eredivisie voor vrouwen zodat er ook op het hoogste niveau gepresteerd kan worden. In alle ons omringende landen was zo”n topcompetitie er allang, en sinds twee jaar is deze nu ook hier een feit. De scepsis die er bij sommigen nog altijd over heerst, verwijst ze resoluut naar het land der fabelen.
“Het is een groot succesverhaal. We telden dit jaar 57.000 toeschouwers bij de competitie. Er is geen andere vrouwencompetitie – hockey niet, handbal niet, volleybal niet – die dat kan zeggen. Vorig jaar werd de hele competitie op televisie uitgezonden. In een bepaald weekend waren er 70.000 kijkers. Dat noemde men abominabel slecht, maar toen de mannenvolleybalcompetitie 9000 kijkers had, werd dat in de
krant als “bemoedigend” aangemerkt. En internationaal blijkt het vrouwenvoetbal een kijkcijferkanon te zijn. Als je topniveau vrouwenvoetbal laat zien, is het in alle ons omringende landen na het mannenvoetbal de tweede sport. Dus vóór de Formule 1, vóór Wimbledon en vóór de Tour de France. Maar de redacties van de sportprogramma”s hier vinden nog steeds dat Nederland iets anders is.”
De strijd duurt voort. Deze zomer verlengde Pauw haar contract bij de KNVB opnieuw met twee jaar. Terwijl ze eigenlijk een stapje terug zou willen doen. Haar man is 63, maar nog volop actief. Hij werkt als assistent van Dick Advocaat nu nog in Sint-Petersburg en vanaf 2010 in België. Het zou fijn zijn als ze elkaar wat vaker konden zien. En toch tekende ze bij.
Pauw: “Ik heb pas met een organisatiedeskundige eens doorgesproken hoe het allemaal in elkaar zit in het vrouwenvoetbal. Waar we nu staan en hoe de structuur is ingebed in het mannenvoetbal. Na twee uur was haar conclusie: als degene op jouw positie nu stopt, is het over twee jaar kapot. Dat ligt niet aan jou, maar meer aan de structuur. Als je nog even doorgaat en met alle collega”s ervoor zorgt dat de structuur stabiel wordt, dan heeft alle energie die erin gestoken is zin gehad. Daarnaast zijn de meiden en ik nog niet klaar met elkaar. Dat is vooral de reden waarom ik doorga.”
Maar laat vooral niemand denken dat dat zielig is, want dat is het totaal niet: “Ik heb alles aan de sport te danken. Alles. Daarom voel ik die verantwoordelijkheid en daarom vind ik ook steeds weer de energie om het te doen. Ik laat de meiden niet in de steek voordat de toekomst voor het vrouwenvoetbal stabiel is.”
bron: opzij.nl
NB zoveel waarheid in dit artikel en anno 2014 heeft – nog steeds – iedereen haar eigen belang. De verenigingscultuur is nog geen open cultuur, de competitiestructuur wordt nog steeds niet serieus genomen door Zeist en community blijft hierdoor ook achter in de termen “het moet gezellig zijn en blijven” waardoor er allemaal eilandjes ontstaan die juist met elkaar verbonden moeten worden. Het gaat te traag om de huidige generaties goed te bedienen, kansen te geven om te ontwikkelen. De groep die hierachter zit kan toch niet wachten totdat Zeist interesse toont? Of wacht op ING?
Ontdek meer van Women's football in the Netherlands | Stats and Analysis
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.