Eredivisie Vrouwenvoetbal van start

We gaan weer is terug in de geschiedenis: de start van de Eredivisie Vrouwenvoetbal deel 1

Op 29 augustus gaat de Nederlandse Eredivisie voor Vrouwen van start. Voor het eerst kunnen fanatieke en goede voetbalsters dan ervaring opdoen bij professionele clubs. En dus wordt er hard getraind. Bijvoorbeeld bij FC Utrecht, een van de zes eredivisieclubs die voortaan óók een vrouwenteam hebben. Een reportage…. maar rijk worden de speelsters nog niet.

‘Buitenspel? Dat gemiep over buitenspel! Je moet gewoon ingrijpen, ze loopt zo bij je binnendoor!’

Mascha Hoogeveen (41), assistent-trainster van het vrouwenvoetbalteam van FC Utrecht, ontziet de speelsters op het veld niet. Het is de eerste training van het Utrechtse vrouwenteam en er moet hard worden gewerkt, want over een paar weken gaat de competitie van start. Voor het eerst kunnen Nederlandse voetbalvrouwen dan op eredivisieniveau spelen. Sinds 1974 neemt Nederland weliswaar met een nationaal team deel aan het EK en WK voor vrouwen, maar in tegenstelling tot hun buitenlandse collega’s konden de Nederlandse speelsters niet bij een betaaldvoetbalorganisatie spelen. Het hoogste ‘vrouwenniveau’ was de Hoofdklasse met twaalf clubs, en die viel onder de amateurverenigingen.

Vanaf dit voetbalseizoen komt daar dus verandering in. Althans in het niveau. Want profvoetbal of niet, de eredivisiespeelsters zélf worden nog steeds aangemerkt als amateur en krijgen daarom alleen een onkostenvergoeding, al betaalt FC Utrecht wel de uren dat ze vanwege trainingen niet op hun reguliere werk kunnen zijn.

Naast FC Utrecht doen dit eerste jaar nog maar zes clubs mee aan de Eredivisie voor Vrouwen: ADO Den Haag, AZ, FC Twente, Willem II en Heerenveen. Te weinig voor een volledig seizoen, dus is er een dubbele competitie; alle teams spelen vier keer tegen elkaar, in totaal tien wedstrijden thuis en tien wedstrijden uit.

De Utrechtse ploeg, 23 vrouwen sterk, is bij de training vrijwel compleet. De jongste is 17 jaar, de oudste midden 30. De zondagse training is een conditietraining, dus de speelsters moeten vooral blijven lopen. Een fikse opgave, want de zon schijnt uitbundig en het is bloedheet.

Eerst wordt ingespeeld met positie­spelen van vier tegen vier. Keepster Angela krijgt ondertussen haar eigen training. Terwijl middenvelder Anouk Hoogendijk haar ballen toegooit, duikt ze links en rechts opzij om ze op te vangen. Vervolgens stelt coach Maria van Kortenhof (47) haar speelsters op in een rood en een groen team. ‘We spelen 11 minuten, 2 minuten rust, dan weer 11 minuten, 2 minuten rust en nog een keer 11 minuten. Het gaat er nu om dat je het die 11 minuten volhoudt; dinsdag gaan we weer meer tactisch aan de slag. De spelers van elk team moeten dicht bij elkaar blijven, het moet in het midden steeds druk zijn.’

De voetbalsters stuiven het veld op. ‘Christa, iets meer naar de buitenkant graag!’ roept Van Kortenhof. ‘Je bent de buitenste middenvelder. In de looppas, kom op. Ja, die bal is voor jou, Christa! Zet druk. Sneller vooruit, Suzanne, dichter bij elkaar blijven.’

De blonde Denise komt dankzij een snelle sliding in balbezit en weet de voetbal bij een van haar teamgenoten te brengen. ‘Denise, je moet hier storen, niet helemaal daar,’ geeft Van Kortenhof haar even later als aanwijzing, terwijl ze naar de middencirkel wijst. ‘Nog niet te ver naar voren lopen, anders houd je het niet vol.’

Denise krijgt meteen daarna de bal via een pass van linksbuiten Miranda. ‘Ja, dat is goed Miranda, grote klasse!’ roept Van Kortenhof geestdriftig.

Keepster Denise van Luyn (17) zit ondertussen naast het veld haar benen te strekken. Ze is de training onfortuinlijk begonnen, vertelt ze. ‘Het schoot bij de warming-up in mijn hamstring. Ik ga ervan uit dat het niet ernstig is, maar we moeten volgende week maar even kijken hoe het gaat.’

Alle eredivisiespeelsters trainen vijf keer per week en spelen op donderdagavond wedstrijden. Alleen op zaterdag hebben ze vrij. De meesten hebben daarnaast ook nog gewoon een baan. Een pittige combinatie dus. Van Luyn studeert voor gymlerares, maar zou van voetballen best haar vak willen maken. ‘Op school krijg ik topsportbegeleiding, waardoor ik eerder weg mag als ik moet trainen. Veel tijd voor andere dingen houd ik straks niet over, maar het is een mooie kans om op professioneel niveau te voetballen. Ik hoop dat ik het allemaal aankan.’

Bij de verdeling van de speelsters over de zes clubs moest de KNVB – vanwege die reguliere banen en studies – rekening houden met ieders woonplaats. Toch is het volgens Van Kortenhof redelijk gelukt om de kwalitatief beste speelsters evenwichtig over de teams te verdelen, al hebben ADO, AZ en Twente wel iets meer internationals in de gelederen. Via een toptalentenproject hoopt de voetbalbond jong talent te stimuleren.

De vijver waaruit gevist kan worden, groeit. Volgens bondscoach Vera Pauw, die zich hard heeft gemaakt voor de eredivisie, neemt de interesse voor vrouwenvoetbal enorm toe. De KNVB steekt er daarom ook veel geld in: 1,7 miljoen. ‘Er zijn ruim 90.000 vrouwen die voetballen en bij de e-pupillen – de groep van 9 en 10 jaar – zien we 20 procent groei. Dat betekent dat ouders voetbal als serieuze sportoptie zien voor hun dochter, dat ze ervoor open staan.’

bron: opzij.nl


Ontdek meer van Women's football in the Netherlands | Stats and Analysis

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begin je de discussie niet?

Geef een reactie