‘De BeNe League is een ondoordacht plan’

Anderhalf jaar spelen voetbalsters uit Nederland en België nu tegen elkaar in een grensoverschrijdende competitie. Na jarenlang wikken en wegen staat er een competitie met een volwaardig programma. Maar is de BeNe League wel levensvatbaar voor de langere termijn? Betrokkenen denken van wel, maar kenners hebben er een hard hoofd in. “De BeNe League is een samenwerking tussen de lamme en de blinde.”

Transfers van Sherida Spitse van FC Twente, naar het Noorse Lillestrom, en Anouk Hoogendijk van Ajax naar Arsenal vorige maand laten een positief beeld zien van het Nederlandse vrouwenvoetbal. Voor beide vrouwen werd een transfersom betaald. En dat is voor het eerst dat Nederlandse clubs iets overhouden aan een transfer van een voetbalster. Belangrijk voor een opleidingsland als Nederland. “De individuele kwaliteit in de competitie ging de afgelopen jaren achteruit. Dit omdat speelsters steeds vroeger naar het buitenland vertrokken”, stelt Kok-Willemsen, hoofd Vrouwenvoetbal van BeNe League kampioen FC Twente.

“Daarom moeten we ervoor zorgen dat de clubs beschermd worden. Door een transfersom hebben zij ook het idee dat er niet in een bodemloze put geïnvesteerd wordt.”

De 28-jarige Hoogendijk denkt dat het voor speelster nu juist gemakkelijker is geworden om de stap naar een buitenlandse vereniging te maken. “We trainen sinds de Eredivisie veel vaker en door de bundeling van de beste speelsters in acht teams, is het niveau hoog. Daardoor kun je sneller aanhaken.”

Want sinds de komst van de Eredivisie voor vrouwen in 2007 is er veel veranderd in het Nederlandse vrouwenvoetbal. Voorheen trainden speelsters twee tot drie keer in de week. Dat gebeurde bij hun eigen amateurclub. Met de overgang naar de Eredivisie groeide het aantal trainingen naar vijf of zes keer. Betaald voetbalorganisaties als AZ, ADO Den Haag en FC Twente gingen bovendien het avontuur aan. Belangrijke speelsters kwamen daarom terug uit het buitenland. De internationals werden verdeeld over de teams. Met zes, zeven of acht teams werd er de afgelopen jaren in competitieverband gespeeld. Vaak speelden teams drie of vier keer per seizoen tegen elkaar. “Het was een hele kleine gemeenschap. Iedereen kende elkaar vrij goed”, weet Hoogendijk, toen actief voor FC Utrecht.

Hooguit twaalf teams

Om de volgende stap te maken richting een volwaardige competitie, werd in 2012 gestart met de BeNe League. Deze proefcompetitie draait nu voor het tweede jaar, met daarin acht teams uit Nederland en zeven uit België. De teams spelen een reguliere competitie en treffen tegenstanders dus één keer thuis en één keer uit. In het eerste jaar werden de beste Nederlandse en Belgische ploegen afgesplitst van elkaar in twee competities. Dit seizoen is er een volledige competitie met vijftien teams. De BeNe League werd opgericht met het idee dat een volwaardige competitie met Nederlandse (of Belgische) clubs alleen niet realiseerbaar zou zijn. “We zouden qua niveau hooguit twaalf teams bij elkaar kunnen krijgen”, vertelt Kok-Willemsen.

Sportmarketingdeskundige Frank van den Wall Bake wordt flauw van de opmerkingen dat in Nederland geen volwaardige competitie opgetuigd kan worden. Dat is echt mogelijk meent hij. Van den Wall Bake is van mening dat de BeNe League een gedrocht eerste klas is.

“Want er zit toch helemaal niemand te wachten in Nederland op duels met Belgische clubs? Het is een ondoordacht plan, dat is uitgevoerd omdat we niet voldoende clubs bij elkaar zouden kunnen brengen. Er is echter nooit iemand geweest die zich heeft afgevraagd waarom er maar zo weinig Nederlandse clubs meededen. Een beetje lullig om nu je gelijk te halen, maar ik heb al vanaf het begin verkondigd dat de BeNe League niet gaat werken. Het is de lamme en de blinde die zijn gaan samenwerken.”

De BeNe League voorziet dan wel in de behoefte aan meer wedstrijden. De Belgische tegenstand is qua niveau echter minder dan de Nederlandse. “Clubs als Standard en Lierse zijn prima ploegen, maar daaronder is het een stuk minder”, vindt Hoogendijk. De bovenste helft van de ranglijst wordt, op Standard na, dan ook gedomineerd door de Hollandse voetbalsters. Een logisch gevolg door het hogere budget en de manier van werken, stelt Kok-Willemsen. “Wij hebben de stap om vaker te trainen al enkele jaren eerder gezet dan de Belgische meiden. Dat heeft tijd nodig.”

Onkostenvergoeding

Bij clubs als Ajax hebben ze qua trainingsopbouw al een grote voorsprong genomen. Op maandag staat de dag voor de speelsters van Ajax, verplicht, volledig in het teken van trainen en eten. Zowel ’s ochtends als ’s middags. Het is de enige dag in de week dat ze volledig bezig kunnen zijn met voetballen, vertelt Hoogendijk. Veel van haar teamgenoten studeren of werken naast het voetballen. Daarom trainen ze in het restant van de week aan het einde van de middag. Zelf studeerde en werkte Hoogendijk er ook jarenlang bij, maar inmiddels kan zij van het voetballen leven. Haar salaris bij Ajax en de vergoeding die ze krijgt als international van Oranje, zorgen ervoor dat de middenvelder zich kan concentreren op het voetbal. “Je kunt beter letten op je voeding en rust, dat scheelt enorm.” Haar teamgenotes moesten onlangs, na een wedstrijd op dinsdagavond op bezoek bij Club Brugge, de volgende dag weer studeren of werken. “Terwijl wij pas om half vier ’s nachts thuiswaren. Zij hebben een echt dubbelleven.”

Voormalig bondscoach Vera Pauw noemt deze gebrekkige omstandigheden één van de grootste minpunten van de BeNe League. Volgens Pauw zijn het vooral jonge studentes die in de competitie voetballen. “Werken en sporten kan op deze manier simpelweg niet samengaan. De vergoeding voor het voetballen is te laag. Veel speelsters haken af omdat ze moeten sporten voor een onkostenvergoeding. Een hogere vergoeding, en dus meer geld, is nodig om de voetbalsters serieuzer met hun sport bezig te laten zijn. Speelsters blijven langer, waardoor het niveau omhoog gaat.”

Kok-Willemsen denkt dat de clubs daarom beter ingericht moeten worden op het vrouwenvoetbal. “We moeten alleen niet de illusie hebben dat we vergelijkbare inkomsten kunnen genereren als in het mannenvoetbal.” Bij de mannen worden inkomsten gehaald uit grotere sponsoren, seizoenkaarten, transfergelden, merchandise en tv-gelden. De buitendienst van een club is ingericht op het binnenhalen van sponsoren. In het vrouwenvoetbal is zo’n dergelijke dienst er niet of nauwelijks. Al halen steeds meer teams wel sponsoren binnen, speciaal voor het vrouwenelftal. Zo heeft Ajax sinds kort YourGift als speciale sponsor voor de vrouwen. “Er moeten dus andere verdienmodellen komen, waardoor er een financieel fundament onder het vrouwenvoetbal komt”, stelt Kok-Willemsen.

Van den Wall Bake stelt dat sponsoren echt wel interesse hebben in het vrouwenvoetbal. Het is de Nederlands/Belgische alliantie die hen afschrikt. “Het vrouwenvoetbal heeft door de BeNe League wel een deukje opgelopen. Criticasters die zeggen dat het niet zo’n goed plan is geweest. Maar in de stadions zitten, in vergelijking met vijftien jaar geleden, ruim tien procent meer vrouwen op de tribunes. Tel daarbij op dat vrouwenvoetbal de hardst groeiende sport in Nederland is. Dat zijn harde signalen dat er echt wel een grote doelgroep voor is te vinden.”

De energie die gestopt werd in het samenbrengen van Nederlandse en Belgische clubs, had beter anders besteed kunnen worden. Daarnaast lijkt de animo in Nederland voor een vrouwencompetitie steeds minder te worden. FC Utrecht haakte begin dit jaar af en in een eerder stadium stopten AZ en Willem II ook al.

“Er moeten creatieve marketeers samengebracht worden, die hier creatief over moeten nadenken.”

Als voorbeeld noemt Van den Wall Bake dat de clubs uit de Eredivisie verplicht een vrouwenteam op de been moeten brengen. En die zouden dan als voorprogramma van de mannen kunnen dienen. “Dan heb je in het weekend op zondag Roda JC-Ajax. In datzelfde weekend spelen dan ook de vrouwen tegen elkaar. Misschien wel als voorwedstrijd, gewoon in het stadion.”

Kleinere competitie

Volgens Hoogendijk zou de BeNe League gebaat zijn bij een kleinere Belgische afvaardiging. Een competitie met acht Nederlandse en vier Belgische clubs is daarbij het ideaalplaatje volgens Hoogendijk. Want het programma is nu behoorlijk vol. De afgelopen maanden is het regelmatig voorgekomen dat de clubs vier wedstrijden in elf dagen moesten afwerken.

“Dat sloopt je enorm. Zeker met verre uitwedstrijden in België ertussen. Dat gaat dan weer ten koste van ons niveau.”

Bovendien moeten de speelsters ook nog regelmatig op trainingsstages bij Oranje. Een kleinere competitie zou wat dat betreft een uitkomst zijn. “Je speelt dan tegen sterkere tegenstanders, omdat de beste Belgische speelsters zich bij de vier overgebleven clubs gaan voegen”, stelt de middenvelder van Ajax.

Volgens Kok-Willemsen is een kleinere BeNe League levensvatbaar en heeft het absoluut wel potentie. Wel moet er dan worden nagedacht over het samen vermarkten van de competitie. “We moeten ervoor zorgen dat we de samenvatting op de landelijke tv krijgen. Dat we meer exposure krijgen.” De thuiswedstrijden van FC Twente werden vorig seizoen live uitgezonden op de regionale zender RTV Oost. “Daar keken tienduizenden mensen naar. Er is dus wel een groep geïnteresseerd. Het geld moet er alleen ook zijn.”

Van den Wall Bake is net als voormalig bondscoach Pauw van mening dat er beter gestopt kan worden met de proef van de BeNe League. Focus de energie op het opzetten van een volwaardige Nederlandse competitie met minimaal zestien clubs is zijn advies. “Maar doe dat met de nodige creativiteit”, waarschuwt hij. “Want het vrouwenvoetbal heeft absoluut potentie.”

bron: sportschrijvert (Jeroen Kuiper)

NB in mijn aankomende column gaat het o.a. ook over deze uitdaging.


Ontdek meer van Women's football in the Netherlands | Stats and Analysis

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begin je de discussie niet?

Geef een reactie