Anderhalf jaar spelen voetbalsters uit Nederland en België nu tegen elkaar in een grensoverschrijdende competitie. Na jarenlang wikken en wegen staat er een competitie met een volwaardig programma. Maar is de BeNe League wel levensvatbaar voor de langere termijn? Betrokkenen denken van wel, maar kenners hebben er een hard hoofd in. “De BeNe League is een samenwerking tussen de lamme en de blinde.”
Transfers van Sherida Spitse van FC Twente, naar het Noorse Lillestrom, en Anouk Hoogendijk van Ajax naar Arsenal vorige maand laten een positief beeld zien van het Nederlandse vrouwenvoetbal. Voor beide vrouwen werd een transfersom betaald. En dat is voor het eerst dat Nederlandse clubs iets overhouden aan een transfer van een voetbalster. Belangrijk voor een opleidingsland als Nederland. “De individuele kwaliteit in de competitie ging de afgelopen jaren achteruit. Dit omdat speelsters steeds vroeger naar het buitenland vertrokken”, stelt Kok-Willemsen, hoofd Vrouwenvoetbal van BeNe League kampioen FC Twente.
“Daarom moeten we ervoor zorgen dat de clubs beschermd worden. Door een transfersom hebben zij ook het idee dat er niet in een bodemloze put geïnvesteerd wordt.”
De 28-jarige Hoogendijk denkt dat het voor speelster nu juist gemakkelijker is geworden om de stap naar een buitenlandse vereniging te maken. “We trainen sinds de Eredivisie veel vaker en door de bundeling van de beste speelsters in acht teams, is het niveau hoog. Daardoor kun je sneller aanhaken.”