Stop met die stereotiepe beelden

Filosofe Martine Prange ontving een NWO-subsidie om een grootschalig interdisciplinair onderzoek te doen naar vrouwenvoetbal. Zelf speelde ze als professional in Turkije en België.

‘Volgens mijn vader voetbalde ik zodra ik kon lopen. Ik ben altijd gek op het spel geweest. RKAVIC in Amsterdam, waar mijn vader vroeger speelde, wilde geen meisjeselftal. Ik wilde daar een team oprichten en had zelf al een coach gevonden en teamgenoten, maar de club ging niet akkoord. Toen ben ik maar gaan hockeyen, al voetbalde ik natuurlijk nog steeds op straat en langs het veld waar mijn vader speelde. Hij was journalist en oud-collega van Frits Barend bij Het Parool. Barend wees hem er op dat er bij Amsterdamse voetbalclub Buitenveldert wel een meisjeselftal was. Toen ben ik daar gaan spelen.Vrouwenvoetbal is de snelst groeiende sport ter wereld. Ook in Nederland is het aantal vrouwelijke leden van de KNVB de afgelopen 5 jaar verdubbeld.

Een brug tussen wetenschap en praktijk

Het is de 89ste minuut en het staat 0-0. De aanvaller van Ajax loopt recht op de keeper af en kiest een hoek uit. De aanloop is allesbeslissend voor het resultaat weet de spits die enkele dagen daarvoor geanalyseerd is door Vosse de Boode bewegingswetenschapper bij het adidas miCoach Performance Centre van AFC Ajax. Geen schuine aanloop maar recht op de bal af voor de perfecte balans en de meeste kans op een doelpunt. Zo geschiedde het: 1-0 en drie belangrijke punten. Hoe kan de wetenschap een bijdrage leveren aan succes in de praktijk?

Een rooskleurige opening maar in de hedendaagse sportwereld liggen wetenschap en praktijk nog mijlenver uit elkaar. Een afstand die moeilijk te overbruggen lijkt maar stapsgewijs steeds dichter naar elkaar toe groeit: “De onderzoeken van bewegingswetenschappen bieden zoveel bruikbare inzichten voor de sportwereld, maar de sporters zelf hebben vaak geen idee waar het van toegevoegde waarde kan zijn” aldus de Boode tijdens het vvbn Symposium.

Samenwerking met clubs uit de omgeving

Meisjes- en vrouwenvoetbal is de afgelopen 10 jaar met 84 procent gegroeid, en ruim 86 procent procent van de verenigingen biedt meisjes- en vrouwenvoetbal aan. Deze mooie cijfers nemen niet weg dat de verenigingen soms met de meisjes- vrouwenteams voor een uitdaging staan: zijn er wel voldoende meisjes/vrouwen elk speelweekend?

Klinkt dit bekend? Gezamenlijk kan dit worden omgezet in kansen om zoveel mogelijk meisjes en vrouwen aan het voetballen te krijgen en houden. Soms kan samenwerken met clubs uit de omgeving een uitkomst bieden om teams compleet te krijgen en te houden. Wat voor samenwerkingsmogelijkheden zijn er met clubs uit de omgeving met betrekking tot teams samenvoegen?

Vrouwenvoetbal op de kaart!

Het leek de goede kant op te gaan met het vrouwenvoetbal toen de Women’s BeNe League er in 2012 kwam en we de beste damesteams van Nederlandse en Belgische bodem konden zien strijden in een eigen topcompetitie. De snelle groei van de sport bracht echter ook snel de keerzijde van de medaille aan het licht: een met veel ophef gelanceerd BeNe League Magazine hield snel op te bestaan, het vrouwenvoetbal van FC Utrecht ging failliet wegens gebrek aan sponsoren, de media aandacht is beperkt en het niveau is lastig hoog te houden. Toch schijnt achter de wolken ook de zon…

Kinderschoenen
Dat het niveau in het Nederlandse vrouwenvoetbal achterblijft is jammer, maar ik ben er denk ik deels mede schuldig aan. Voor de speelsters die het namelijk goed doen in ons land, lonkt al snel het buitenland met meer kansen en verdiensten. Dus verkiezen veel talentvolle meiden voor een carrière in een andere competitie dan de BeNe League, waardoor het lastig is voor Nederlandse clubs om het speelniveau op peil te houden. FC Twente Vrouwen was als pionier in 2011, de eerste Nederlandse club die speelsters ging betalen voor hun inzet. Dus we hebben het echt nog over kinderschoenen-werk. Er klinken geluiden dat ‘het te weinig leeft’ en dat sponsors een afwachtende houding aannemen door de geringe media-aandacht voor het damesvoetbal.