‘The School’ wil landelijk huiswerk begeleiden bij sportclubs

Begonnen als een leuke bijbaan naast zijn studie International Business aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, inmiddels uitgegroeid tot een serieus bedrijf. De jonge ondernemer Olivier Wijnen (26) zocht en vond met The School de combinatie van sport en huiswerkbegeleiding voor schooljeugd in de leeftijd van de middelbare school. Vanuit Amsterdam wil Wijnen nu beetje bij beetje het land gaan veroveren. “We zijn op zoek naar ondernemende mensen die The School in hun omgeving op willen zetten via onze methode.”

core1De ouders van Olivier Wijnen komen uit het onderwijs. Zelf was hij altijd gek van voetbal, maar verloor het belang van een goede opleiding nooit uit het oog. “Ik was een talent, speelde in de jeugd van topklasser AFC en er was ook belangstelling van clubs uit het betaalde voetbal. Maar op mijn vijftiende werd ik geopereerd aan mijn enkel. Toen kwam ik aanraking met de harde kant van de sport. Voor jou staan er duizend anderen klaar. Na mijn operatie ben ik nooit meer op hetzelfde niveau terug gekomen. Als ik nu één keer per week voetbal, krijg ik al last.”

Wijnen heeft een goed stel hersens. Zonder noemenswaardige problemen doorliep hij de middelbare school en de universiteit. Ondertussen zag hij voetbalmaatjes van vroeger worstelen met hun huiswerk. “Ik had redelijk snel het besef dat school belangrijk was. Maar veel vrienden dachten er anders over. Ze hadden het idee dat het door het voetbal vanzelf wel goed zou komen en ze namen hun opleiding niet serieus. Ik ben nu 26 jaar. Vrienden van mij, met dezelfde leeftijd, stromen nu pas in bij mbo of hbo. Dan heb je dus al een achterstand.”

Te weinig oog voor belang sportmedische kennis van trainers

image

‘Trainers zijn geen artsen of fysiotherapeuten, maar er zijn wel sportmedische aspecten waar je mee te maken kan krijgen’, aldus een informatiefolder van de Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG). Om de medische kennis en vaardigheden van trainers op te krikken heeft de VSG in samenwerking met NOC*NSF, de Academie voor Sportkader (ASK) en het Rode Kruis de cursus omgaan met sportongevallen en blessures ontwikkeld.

Nelly Voogt van de VSG licht toe: “Als trainer sta je vaak voor een keuze, handelen of niet? Met deze cursus willen we trainers het gereedschap geven om verantwoorde keuzes te maken.”

In het werkveld is weinig oog voor de sportmedische aspecten van het trainersvak, zo constateert Voogt: “Bij de medische kant van de sport wordt vooral gedacht aan sportartsen en fysiotherapeuten, maar wij richten ons echt op de trainers. Zij hebben een belangrijke rol. Als je kijkt naar de cijfers van bijvoorbeeld overbelastingblessures, dan is er nog veel terrein te winnen. Daar heeft de trainer een grote rol in omdat die de sporter als eerste ziet.”

Ondanks die belangrijke rol is de sportmedische kennis of een EHBO-cursus bij veel sporten geen onderdeel van het trainerscurriculum. Voogt: “In bijvoorbeeld de klim- en bergsport is het wel een verplicht onderdeel, maar in veel andere sporten is dat niet het geval.”

Sportimpuls versterkt vooral reeds sterke sportverenigingen

Sport- en beweegaanbieders die dit jaar een aanvraag hebben gedaan voor de Sportimpuls kregen begin september te horen of hun subsidieaanvraag is gehonoreerd.

De subsidieregeling is bedoeld om mensen die nog niet of onvoldoende bewegen aan het bewegen te krijgen op lokaal niveau. Sportimpuls bestaat inmiddels drie jaar, tijd voor een terugblik. Sport Knowhow XL besprak de subsidieregeling met Ben Moonen, die subsidie- en beleidsadvies verzorgt voor gemeenten, sportorganisaties, bedrijven en andere partijen: “In de basis is het een prima regeling, maar als ik het voor het zeggen had, zou ik toch wat zaken anders inrichten.”

Sportimpuls maakt deel uit van het VWS-programma Sport en Bewegen in de Buurt. Het ministerie van VWS stelt tot en met 2016 subsidie beschikbaar voor interventies. In 2014 gaat het voor de reguliere Sportimpuls om een bedrag van negen miljoen euro.

VWS werkt bij het subsidietraject nauw samen met NOC*NSF, dat de inhoudelijke kaders bepaalt, en ZonMw dat de subsidie daadwerkelijk verstrekt. Kennisinstituut NISB ondersteunt beide organisaties in de uitvoering. Hoe werkt de regeling in de praktijk?

Eredivisie Vrouwenvoetbal van start

En aansluitend op gister gaan we vandaag verder met deel 2 van back 2:

Volgens Pauw maken kijkcijfers uit andere landen duidelijk dat vrouwenvoetbal de potentie heeft om een groot publiek te bereiken. ‘In Groot-Brittannië worden wedstrijden van vrouwen beter bekeken dan “the match of the day”. De finale trok 5,6 miljoen kijkers. En het EK in Duitsland in 2005 werd zeven keer beter bekeken dan de strijd tussen wielrenners Jan Ullrich en Lance Armstrong in de Tour de France. Cijfers waarvan zelfs wij steil achterover sloegen. Daar waar de publieke omroep het lef heeft de wedstrijden uit te zenden, blijkt vrouwenvoetbal na mannenvoetbal de meest bekeken sport.’ ?

Waarschijnlijk zal de vrouweneredivisie komend seizoen inderdaad op de Nederlandse televisie te zien zijn, maar helemaal zeker is dat nog niet. Eredivisiemanager Priscilla Janssens van de KNVB: ‘Het enthousiasme is goed over te brengen, maar we kunnen geen garanties geven over toeschouwersaantallen of kijkcijfers.

Eredivisie Vrouwenvoetbal van start

We gaan weer is terug in de geschiedenis: de start van de Eredivisie Vrouwenvoetbal deel 1

Op 29 augustus gaat de Nederlandse Eredivisie voor Vrouwen van start. Voor het eerst kunnen fanatieke en goede voetbalsters dan ervaring opdoen bij professionele clubs. En dus wordt er hard getraind. Bijvoorbeeld bij FC Utrecht, een van de zes eredivisieclubs die voortaan óók een vrouwenteam hebben. Een reportage…. maar rijk worden de speelsters nog niet.

‘Buitenspel? Dat gemiep over buitenspel! Je moet gewoon ingrijpen, ze loopt zo bij je binnendoor!’

Mascha Hoogeveen (41), assistent-trainster van het vrouwenvoetbalteam van FC Utrecht, ontziet de speelsters op het veld niet. Het is de eerste training van het Utrechtse vrouwenteam en er moet hard worden gewerkt, want over een paar weken gaat de competitie van start. Voor het eerst kunnen Nederlandse voetbalvrouwen dan op eredivisieniveau spelen. Sinds 1974 neemt Nederland weliswaar met een nationaal team deel aan het EK en WK voor vrouwen, maar in tegenstelling tot hun buitenlandse collega’s konden de Nederlandse speelsters niet bij een betaaldvoetbalorganisatie spelen. Het hoogste ‘vrouwenniveau’ was de Hoofdklasse met twaalf clubs, en die viel onder de amateurverenigingen.

Niks maakt meiden zo sterk als sport

2010 – Onder leiding van bondscoach Vera Pauw (1963) kwalificeerde het Nederlands vrouwenvoetbalelftal zich voor het eerst voor een groot toernooi: het Europees Kampioenschap in Finland. Het was ook Pauw die de afgelopen jaren de eredivisie voor vrouwen realiseerde én Nederland tot het eerste land ter wereld maakte met gemengd jeugdvoetbal tot 19 jaar. ‘Meiden zouden zo lang mogelijk tussen de jongens moeten spelen, dat is voor iedereen beter.’

Op de parkeerplaats van het Golden Tulip Hotel in de bossen van Epe komen ze net aan: de speelsters van het Nederlands vrouwenvoetbal­elftal. In blauw KNVB-tenue en gewapend met een koffer-op-wieltjes van de sponsor; de wangen nog rood van de net afgeronde training op deze warme dag in de voorbereiding naar het EK 2009.

Beauty, brains and balls: Nederlands vrouwenvoetbal

De Playstation en de smartphone hebben de populariteit van kaarten en boeken onder voetballers weliswaar verdrongen, maar het grapje dat elke voetballer De ontvoering van Freddy Heineken als favoriet boek oplepelt doet het nog immer goed onder voetbalfans.

Profvoetballers zijn simpele zielen die alleen aan voetbal, vrouwen, auto’s en geld kunnen denken, zo luidt de communis opinio. Hoewel je je hersencapaciteit en tijd nuttiger zou kunnen besteden is het onder voetbalnerds een populair tijdverdrijf om hoogopgeleide voetballers of spelers met intellectuele hobby’s op te lepelen. Want ze bestaan: slimme voetballers.

BeNeleague 2025: empathy meets technology

Dat we in de ban zijn van het WK-voetbal, is een mooie aanleiding om stil te staan bij het zusje van het mannenvoetbal waar nog veel valt te winnen: vrouwenvoetbal en de BeNeleague. Ontwikkeld als pilot van de UEFA om ervaring op te doen met een internationale competitie, komt de BeNeleague als hoogste vrouwenvoetbalplatform in Nederland en België steeds meer in de schijnwerpers. Voetbalsters, clubs, organisatie en sponsors timmeren hard aan de weg, maar volle stadions tijdens de wedstrijden zijn voorlopig nog een utopie. 

Al met al een mooie uitdaging voor studenten van Fontys Economische Hogeschool Tilburg die in het kader van de minor Create Your Future zich dit voorjaar vastbeten in deze casus. De opdracht was om toekomstscenario’s 2025 te ontwikkelen voor de BeNeleague en in het verlengde daarvan het vrouwenvoetbal. Wat zijn mogelijke scenario’s gegeven de ontwikkelingen in het (vrouwen)voetbal, de sport, man-vrouw verhouding en, meer algemeen, de samenleving?