Het kronkelige pad van vrouwen richting de top

Kleine meisjes worden grote speelsters

Fullprofs kunnen Nederlandse topspeelsters zich niet noemen. Welwentelen ze zich nu in de kleuren van de clubs van hun dromen: Ajax, ADO Den Haag, FC Twente, PSV. Ook plaatsten ze zich met Oranje voor het EK in Zweden.

Maar dan: zijn de jongste generaties er klaarvoor om het vrouwenvoetbal nog beter op de kaart te zetten? Drie topcoaches en drie speelsters vertellen openhartig over elkaars vaardigheden en uitdagingen. Wat kan nog beter? ‘Mannen en vrouwen kunnen nog veel van elkaar leren.’

Een A1-speler van Ajax stond laatst te kijken bij zijn nieuwe collega’s van Ajax Vrouwen. Even later, in de kantine, liep hij aanvoerder Daphne Koster tegen het lijf. ‘Jullie spelen als mannen’, zei hij verbaasd. ‘Technisch, de duels, alles. Gewoon, normaal.’ Gewoon, normaal. Dat klinkt al beter dan: ‘Vrouwenvoetbal? Zonde van het gras.’ Zou de herwaardering te danken zijn aan de Beneleague die dit jaar gestart

is en waarin de top van het Nederlandse en Belgische vrouwenvoetbal elkaar tot grotere hoogtes moet brengen? Of omdat deze jongen al zappend op tv nog nooit langs beelden van voetballende vrouwen kwam – en nu op zijn eigen veld voor het eerst de vrouwentop in actie zag?

Wereldwijd is voetbal met veertig miljoen beoefenaars de grootste sport voor meisjes en vrouwen. In Nederland groeit het aantal vrouwelijke leden al jaren met drie procent of meer. Er zijn clubs die zich nog altijd een hoedje schrikken als zich zomaar een klein meisje aan de poort meldt. Die stoppen ze maar snel weg in een of ander vrouwenteam – misschien gaat ze dan vanzelf weer weg. Onder aansporing van de KNVB echter werven dit seizoen meer en meer clubs doelgericht, en mengen ze vervolgens die meisjes van vijf en zes jaar vanaf dag één op het juiste niveau met jongetjes. Zo krijgen die meisjes de weerstand die ze verdienen.

Komen ze kracht en snelheid tekort?

Als ze van begin af aan dezelfde kansen krijgen als jongens, zo is de ervaring, houden ze die competitie heel lang vol. Sterker: bij de D-pupillen blijken ze vaak de beste spelers van hun team te zijn. Als je wel eens een gemengd team hebt zien spelen, weet je dat ze met stevige duels geen enkele moeite hebben. Reikt hun dieptepass minder ver, worden ze er in de langere sprints uitgelopen? Dan weten ze dat prima te compenseren met fraaie techniek, slim staan en op tijd vertrekken.

Hoe blijft Sarina Wiegman (ADO Den Haag) op de hoogte?

“Ik kom er niet aan toe om veel te lezen, maar haal regelmatig quotes aan in mijn besprekingen. Voetballers zijn mensen, en coachen is veel meer dan alleen een training afwerken en een wedstrijd spelen. Om op ideeën te komen, praat ik vooral met mensen die op een of andere
manier betrokken zijn bij topsport of vrouwenvoetbal: mijn collega en ex-profvoetballer Marcel Valk, Vera Pauw, ex-topatleet Christian Tamminga en bijvoorbeeld psycholoog en bewegingswetenschapper dr. Jacques van Rossum.

Thuis lezen we De Voetbaltrainer, NL Coach en Trainer- Coach. Boeken over topcoaches en topsporters vind ik altijd erg interessant, daar hebben we er een behoorlijk aantal van in onze kast staan. Voor mijn dagelijkse voetbalpraktijk haal ik het meest uit het boek Periodiseren, het coachen van voetballen van Raymond Verheijen. Sites die ik volg: http://www.adovrouwen.nl, http://www.vrouwenvoetbalnederland.nl, http://www.vrouwenvoetbalnieuws.nl, http://www.haaglandenvoetbal.nl, http://www.uefa.com.”

bron: Jeroen Siebelink


Ontdek meer van Women's football in the Netherlands | Stats and Analysis

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begin je de discussie niet?

Geef een reactie