De komende 5 dagen gaan we terug in de tijd, zo ergens in 2001, waar enkele jonge toptalenten aan het woord zijn. We starten met een bijzondere speelsters die furore bij o.a. AZ Vrouwen heeft gemaakt.
Latoya Mitchell (15) wil profvoetballer worden. Het is haar droom uit te komen voor het Nederlands vrouwenteam. Ze is al op weg, omdat ze op haar veertiende door de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) werd geselecteerd voor het nationaal elftal van meisjes onder zeventien jaar. Sindsdien traint ze drie keer in de week, één keer met de selectie en twee keer bij haar club ASV Wartburgia in Amsterdam. Scoren is het leukste aan voetbal, vindt ze als spits. Op school noemen ze haar Edgar Davids, naar haar grote held.

Latoya is weleens jaloers op mannen die voetballen. Zij kunnen later rijk worden met de sport, maar Latoya krijgt zelfs nog geen inkomen als ze een plaats in het nationaal vrouwenteam verovert. ‘Ik zou ook wel veel geld willen verdienen met voetballen. Maar je ziet vrouwenvoetbal haast niet op televisie, dus sponsors vinden het niet interessant.
Bij Jong Oranje (de jeugdopleiding van de KNVB – EV) krijg je niets, zelfs het trainingspak mag je niet mee naar huis nemen. Ik zou ook wel van die vet mooie kleren willen hebben, al zijn het maar voetbalsokken.’ Meisjesvoetbal wordt steeds populairder. Het aantal speelsters in amateurverband stijgt explosief: ieder jaar meer dan tien procent. Voetbal is voor meisjes en vrouwen momenteel zelfs de meest beoefende teamsport, populairder dan hockey of volleybal. ‘Het is heel duidelijk te merken dat voetbal bij meisjes de laatste vijf jaar enorm leeft,’ aldus Joris Gieske van de KNVB. ‘Het taboe is ervan af, wat de omgeving denkt is niet meer zo belangrijk.’

In Nederland voetballen nu bijna 70.000 vrouwen in georganiseerd verband, over de hele wereld zijn het er 35 miljoen. Vrouwenvoetbal wordt niet langer als ‘zonde van het gras’ beschouwd, zoals een behoudende groep binnen de KNVB nog stelde in 1995. Dit komt omdat het niveau langzaam maar gestaag stijgt.
De tijd dat meisjes kortere wedstrijden speelden – twee maal 35 minuten – en een kleinere bal kregen, ligt al vele jaren achter ons. Maar vooral het toestaan van gemengde competities en teams betekende voor het vrouwenvoetbal een grote vooruitgang.
Sinds 1988 mogen jongens en meisjes in één team spelen tot en met 12 jaar, en sinds 1995 tot en met 18 jaar. Niet iedere voetbalvereniging heeft genoeg vrouwelijke leden om meer dan één of twee vrouwenteams in te stellen. Voorheen kon het daardoor voorkomen dat een jeugdig toptalent in één team speelde met een recreatief spelende volwassen vrouw. Meisjes gaan nu in principe op hun veertiende over naar het damesvoetbal, maar als ze het leuk vinden, mogen ze tot en met de A-junioren (18 jaar) met jongens samen in een team spelen.
Uit onderzoek van de universiteit van Utrecht blijkt dat meisjes die met jongens in een team voetballen gerichter leren spelen, beter leren duels aan te gaan en leren spelen om te winnen. En jongens in een gemengd team leren meer samenwerken en worden, ook buiten het veld, socialer, aldus een ander onderzoek.
bron: opzij.nl
Ontdek meer van Women's football in the Netherlands | Stats and Analysis
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.