Filosofe Martine Prange ontving een NWO-subsidie om een grootschalig interdisciplinair onderzoek te doen naar vrouwenvoetbal. Zelf speelde ze als professional in Turkije en België.
‘Volgens mijn vader voetbalde ik zodra ik kon lopen. Ik ben altijd gek op het spel geweest. RKAVIC in Amsterdam, waar mijn vader vroeger speelde, wilde geen meisjeselftal. Ik wilde daar een team oprichten en had zelf al een coach gevonden en teamgenoten, maar de club ging niet akkoord. Toen ben ik maar gaan hockeyen, al voetbalde ik natuurlijk nog steeds op straat en langs het veld waar mijn vader speelde. Hij was journalist en oud-collega van Frits Barend bij Het Parool. Barend wees hem er op dat er bij Amsterdamse voetbalclub Buitenveldert wel een meisjeselftal was. Toen ben ik daar gaan spelen.Vrouwenvoetbal is de snelst groeiende sport ter wereld. Ook in Nederland is het aantal vrouwelijke leden van de KNVB de afgelopen 5 jaar verdubbeld.
‘Twintig jaar geleden begon de eerste officiële vrouwenvoetbalcompetitie in Turkije. Daar ben ik toen gaan spelen bij een club in Istanbul. Toen ik er voetbalde, financierden grote bedrijven het vrouwenvoetbal. Zo konden ze laten zien dat ze modern waren. Ik kreeg er dus ook betaald, net als in België, waar ik ook heb gespeeld.’
‘In Nederland is de opzet heel anders. Clubs met mannenteams besloten op een goed moment ook vrouwenteams te beginnen. Hierdoor bleven deze toch vaak het stiefkindje van zo’n club. Inmiddels is die cultuur wel aan het veranderen, omdat het bij elke club nu normaal is om vrouwenteams te hebben. Zelfs AFC, vanwege haar chique imago de hockeyclub onder de voetbalclubs, is nu overstag en stelt de club open voor vrouwen.
‘Omdat het vrouwenvoetbal in Nederland zich momenteel zo razendsnel ontwikkelt en professionaliseert, wilde ik dit graag gaan onderzoeken. Daarom hebben we een interdisciplinair onderzoek opgezet naar de geschiedenis, de professionalisering en de media-representatie van het meiden- en vrouwenvoetbal in Nederland.
‘We willen vooral weten hoe meiden het voetbal beleven en hoe de sportieve en maatschappelijke weerstand die meiden vroeger en nu ondervinden hen helpt of belemmert in hun ontwikkeling.
‘We kijken ook speciaal naar de ervaringen van meisjes met een niet-Nederlandse achtergrond. In Den Haag bijvoorbeeld, is een enorme vraag naar voetbal onder meiden, voornamelijk van Marokkaanse afkomst. Zij willen heel graag in teamverband competitievoetbal spelen. Maar lid worden van een KNVB club is voor hen nog een brug te ver. Wij proberen de buurthuizen te helpen bij het opzetten van een zaalvoetbalcompetitie en gaan de meiden interviewen om te horen hoe zij religie en sport verbinden in een bepaalde “levensstijl” en hoe de sport hen helpt bij hun integratie in de Nederlandse samenleving.
‘Tenslotte kijken we ook naar de representatie van meidenvoetbal in de media. Op welke manier wordt er aandacht besteed aan de speelsters van Ajax, FC Twente en ADO Den Haag, die voetballen in de semi-professionele BeNe-League, de competitie die België en Nederland samen organiseren?
‘Vrouwensport is maar vijf procent van het totale sportaanbod op televisie. Dat is natuurlijk belachelijk weinig. Bovendien gaat de discussie wel erg vaak over het uiterlijk van de sportster in plaats van over haar sportieve prestatie. Vrouwentennis is een goed voorbeeld. Ooit verdiende Anna Koernikova het meest, alleen door haar uiterlijk. Ze is nooit nummer één van de wereld geweest en won zelfs nooit een WTA-toernooi. Serena Williams geldt zelfs als “lelijk”. Behalve dat dat een krankzinnig oordeel is, volgens mij is ze prachtig, is haar tennis spectaculair en grensverleggend. Kortom, sport zoals het als kijksport bedoeld is.
‘Het vrouwenvoetbal probeert sympathiek in beeld te komen. Daarvoor worden opvallend vaker lief lachende blonde meisjes met een paardenstaart ingezet dan stoere gespierde meiden met kort haar. Dit is typerend voor onze conservatieve en veramerikaniseerde maatschappij, die veel behoefte heeft aan benauwde, traditionele stereotype beelden van mannen en vrouwen.’
‘Je ziet dit terug in de sportmedia. Altijd aandacht voor dezelfde sporten en sporters. Studio Sport heeft een enorm budget voor het mannenvoetbal, besteed daar dan ook iets van aan de vrouwen. Dat er geen markt voor is, lijkt me een oneigenlijk argument. Hockey is bijvoorbeeld een grote sport op televisie maar trekt nauwelijks toeschouwers naar de velden, in elk geval niet meer dan het vrouwenvoetbal.’
bron: Leids Universitair Weekblad
Ontdek meer van Women's football in the Netherlands | Stats and Analysis
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.