Pleidooi voor een professionele jeugdopleiding voor meisjes

Marlou Peeters (PSV/FC Eindhoven)

Veel meisjes dromen ervan om ooit te spelen in het Nederlands Vrouwenelftal. Zij willen voor een vol stadion spelen zoals Lieke Martens, Vivianne Miedema of Danielle van de Donk dat doen in het Nationale team. Deze talentvolle voetballers zijn erin geslaagd hun dromen om te zetten in een enorme motivatie en ambitie. Met plaatsing voor het WK en het EK 2017 in Nederland hebben zij een nieuwe stip aan de horizon gezet voor het Nederlandse vrouwenvoetbal.

Als Nederland structureel op dit niveau wil staan, zal ook de route ernaar toe vorm moeten krijgen. Een pleidooi voor een professionele jeugdopleiding in het meisjes- en vrouwenvoetbal.

De route van een talentvol meisje
Er zijn enkele betaald voetbalorganisaties die in de hogere leeftijdscategorieën met talentontwikkeling voor meisjes bezig zijn, al speelt de KNVB landelijk de grootste rol. Een talentvol meisje speelt gemengd voetbal. Ze speelt bij een amateurvereniging tussen de jongens. Om te voorkomen dat meisjes niet met een onoverbrugbare achterstand in het Nederlands Elftal spelen, vult de KNVB het trainings- en wedstrijdprogramma aan.

Stop met die stereotiepe beelden

Filosofe Martine Prange ontving een NWO-subsidie om een grootschalig interdisciplinair onderzoek te doen naar vrouwenvoetbal. Zelf speelde ze als professional in Turkije en België.

‘Volgens mijn vader voetbalde ik zodra ik kon lopen. Ik ben altijd gek op het spel geweest. RKAVIC in Amsterdam, waar mijn vader vroeger speelde, wilde geen meisjeselftal. Ik wilde daar een team oprichten en had zelf al een coach gevonden en teamgenoten, maar de club ging niet akkoord. Toen ben ik maar gaan hockeyen, al voetbalde ik natuurlijk nog steeds op straat en langs het veld waar mijn vader speelde. Hij was journalist en oud-collega van Frits Barend bij Het Parool. Barend wees hem er op dat er bij Amsterdamse voetbalclub Buitenveldert wel een meisjeselftal was. Toen ben ik daar gaan spelen.Vrouwenvoetbal is de snelst groeiende sport ter wereld. Ook in Nederland is het aantal vrouwelijke leden van de KNVB de afgelopen 5 jaar verdubbeld.

Onuitstaanbaar: Vrouwenvoetbal

Afgelopen zomer keek ik naar het EK vrouwenvoetbal. De NOS zond dat live uit in plaats van de zoveelste herhaling van een programma met Ron Boszhard. Die keuze van de netmanager valt misschien nog wel te rechtvaardigen, maar toch, en dat durf ik nu te schrijven, ben ik niet kapot van vrouwenvoetbal. Eerder durfde ik dat nog niet te schrijven, bang als ik was voor de hordes woedende kenaus in tuinbroeken die achter me aan zouden komen.

Nee, dat is flauw. De tijd dat vrouwenvoetbal louter wordt beoefend door shagrokende monsters met een baard ligt ver achter ons. Het zijn soms best leuke meisjes. Maar een pass over veertig meter geven die een beetje normaal aankomt, dat is er ook nog niet echt bij.

‘Ook meisjes kunnen nu dromen over een carrière bij Ajax’

Daphne Koster & Paulina Quaye

Profvoetballer worden en in het shirt van Ajax spelen. Een droom die ooit alleen was weggelegd voor jongens, maar sinds vorig jaar even realistisch is voor jonge Nederlandse voetbalsters.

Dankzij een samenwerkingsverband tussen de KNVB, Ajax en CTO Amsterdam krijgen talenten een unieke kans om in Amsterdam hun talent te ontwikkelen en te proeven hoe het is om bij Ajax te spelen. Paulina Quaye is één van deze talenten. Samen met Daphne Koster, aanvoerder van de Ajax Vrouwen, kijkt ze optimistisch naar de toekomst van het Nederlandse vrouwenvoetbal.

De voetbalcarrières van Koster en Quaye begonnen op vergelijkbare wijze. Beiden voetbalden al vanaf kleins af aan op straat en kwamen bij hun verenigingen in een jongensteam terecht. Het vrouwenvoetbal is echter in ontwikkeling en daardoor is er een wezenlijk verschil tussen het carrièrepad van de 32-jarige Koster en de 16-jarige Quaye. Koster: ‘Ik heb mijn gehele jeugd bij de jongens gespeeld en trainde daar drie keer per week. Dan probeerde ik daarnaast nog extra te trainen bij Telstar of Volendam. Dat was natuurlijk niet ideaal.’