Het meidenvoetbal pakket

image

We ontdekken dat men opzoek is naar de piramide van het meidenvoetbal en hoe deze eruit ziet.

We hebben (on)officieel nog 6 districten die als volgt verdeeld zijn in Noord, Oost, Zuid I, Zuid II, West I en West II.

De KNVB hanteert voor haar opleidingsbeleid een voetbal segment op basis van Noord, Oost, Zuid en West. Hieronder zijn vaak op de zondag selectie activiteiten waar speelsters met “gelijkgestemden” voorbereid worden richting de Nationale O14 en of O15 omdat weer, hopelijk, het vervolg traject verder op te pakken richting O16, O17, O19 en meer.

Pionier Hans de Winter verlaat SVNH

Hans de Winter heeft geen vertrouwen meer in de visie van het bestuur van Telstar Vrouwen. Dat is de belangrijkste reden waarom de technisch manager van Telstar Vrouwen en de voetbalacademie van de Witteleeuwinnen per 1 juli opstapt. De website Vrouwenvoetbalnieuws meldde eerder deze week dat hij op zou stappen.

De voormalige trainer van het team stond aan de basis van de oprichting van Telstar Vrouwen. Vier seizoenen geleden zette hij met het bestuur de Stichting Vrouwenvoetbal Noord-Holland op. Inmiddels heeft Telstar naast een eerste elftal een beloftenteam en een academie. “De academie en het beloftenteam draaien prima, alleen het eerste elftal blijft achter wat betreft de verwachtingen”, zegt De Winter in gesprek met Voetbal Centraal. “Dat levert weinig geld op. Er worden manieren bedacht om dat winstgevend te maken, maar dat gaat ten koste van de speelsters. Dat kan niet de bedoeling zijn.”

Ideaal beeld: Samenwerkende BVO, overheden en voetbalvereniging

Het vrouwenvoetbal heeft een gestructureerde en gezamenlijke aanpak nodig omdat we nog niet op het niveau zitten dat elke amateurafdeling van de huidige BVO’s die voornamelijk vanuit een stichting werken op eigen benen te zetten en geen “zorg” te verlenen aan de rest van de nog in ontwikkeling zijnde meidenvoetbal en de subtop van de piramide.

In een ideale wereld, het hele stuk is op die manier ook beschreven, zou de stille werkgroep van de Eredivisie Vrouwen en aangevuld met echte kennis, inhoud en voorliefde voor het vrouwenvoetbal onderstaand als gezamenlijk doel moeten stellen.

Themabijeenkomst meiden en vrouwenvoetbal

Hoe kan ik het meidenvoetbal binnen onze vereniging nog meer een gezicht geven? Waar moet ik rekening mee houden als ik meisjes train? Hoe kan ik meisjes het beste begeleiden?

Hoe werf ik nieuwe meiden en hoe kunnen we meer en beter (vrouwelijk) kader binnen onze vereniging krijgen? Zijn dat vragen die jou bezig houden, geef je dan op voor de bijeenkomst!

Het meiden- en vrouwenvoetbal ontwikkelt zich de laatste tijd erg snel. We denken dat de groei van het aantal vrouwelijke leden voorlopig nog wel door zal gaan. Dit gaat echter niet vanzelf. Daar moeten de KNVB maar vooral ook de verenigingen veel voor doen!

Om verenigingen te ondersteunen bij het groter maken van het meisjes en vrouwenvoetbal, organiseert district Noord van de KNVB ook dit seizoen themabijeenkomsten bij jullie in de buurt.

Misleidende informatie kan prestatie verbeteren

Het verschaffen van onjuiste informatie kan de sportprestatie bevorderen. Het beïnvloeden van psychische factoren zoals de motivatie en het zelfvertrouwen met behulp van een placebo, complimenten of gemanipuleerde videobeelden is hierbij het efficiëntst. Dit blijkt uit een literatuurstudie naar het effect van misleiding op de prestatie van sporters.

Manieren van misleiding
Er zijn verschillende manieren om de prestatie van atleten te beïnvloeden door middel van misleiding. Denk bijvoorbeeld aan het onverwacht aanpassen van de af te leggen afstand, de tijdsduur van de inspanning of het aantal herhalingen. hiervoor gebruikt men bijvoorbeeld te snel of te langzaam lopende klokken of gemanipuleerde hartfrequentiemeters.

Ook is het mogelijk om atleten te misleiden met behulp van psychologische informatie zoals een placebo of feedback. Williams en collega’s hebben een overzichtsartikel geschreven over de effecten van verschillende soorten misleiding op de prestatie van de atleet.

Te weinig oog voor belang sportmedische kennis van trainers

image

‘Trainers zijn geen artsen of fysiotherapeuten, maar er zijn wel sportmedische aspecten waar je mee te maken kan krijgen’, aldus een informatiefolder van de Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG). Om de medische kennis en vaardigheden van trainers op te krikken heeft de VSG in samenwerking met NOC*NSF, de Academie voor Sportkader (ASK) en het Rode Kruis de cursus omgaan met sportongevallen en blessures ontwikkeld.

Nelly Voogt van de VSG licht toe: “Als trainer sta je vaak voor een keuze, handelen of niet? Met deze cursus willen we trainers het gereedschap geven om verantwoorde keuzes te maken.”

In het werkveld is weinig oog voor de sportmedische aspecten van het trainersvak, zo constateert Voogt: “Bij de medische kant van de sport wordt vooral gedacht aan sportartsen en fysiotherapeuten, maar wij richten ons echt op de trainers. Zij hebben een belangrijke rol. Als je kijkt naar de cijfers van bijvoorbeeld overbelastingblessures, dan is er nog veel terrein te winnen. Daar heeft de trainer een grote rol in omdat die de sporter als eerste ziet.”

Ondanks die belangrijke rol is de sportmedische kennis of een EHBO-cursus bij veel sporten geen onderdeel van het trainerscurriculum. Voogt: “In bijvoorbeeld de klim- en bergsport is het wel een verplicht onderdeel, maar in veel andere sporten is dat niet het geval.”

Wie is er verantwoordelijk: KNVB of BVO?

Een hoop oneliners passeren ons sinds de vertaalde versie van de FIFA (Women’s Football Development Programme Guidelines) om het vrouwen- en meidenvoetbal in de wereld verder te ontwikkelen, enthousiasmeren en of te stimuleren.

De stimulans zit in feit dat meisjes (nog) sneller in aanraking moeten komen met het voetbal, het spel dat elk hart sneller laat kloppen, voornamelijk bij jongens en mannen in welke economische hoedanigheid dan ook. De meisjes moeten het liefst al tussen haar 4e en 6e jaar een voetbal van dichtbij hebben gezien. Het voordeel daarvan is dat ze gauw het plezier van het spel kan ontdekken.

Nu komen meisjes gemiddeld pas rond haar 8e in aanraking met voetbal. En dat is ‘financieel’ zonde maar ook voor de FIFA en UEFA want naast de landelijke campagnes voeren zij een wereldwijde ‘strijd’ voor de positie van het (vrouwen) voetbal. Ook daar tellen de cijfers en de contracten. Over de niet uitdagende competitiestructuur binnen het meidenvoetbal wordt totaal niet gesproken, dat is juist de vijver om uitstroom tegen te gaan.