
‘Trainers zijn geen artsen of fysiotherapeuten, maar er zijn wel sportmedische aspecten waar je mee te maken kan krijgen’, aldus een informatiefolder van de Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG). Om de medische kennis en vaardigheden van trainers op te krikken heeft de VSG in samenwerking met NOC*NSF, de Academie voor Sportkader (ASK) en het Rode Kruis de cursus omgaan met sportongevallen en blessures ontwikkeld.
Nelly Voogt van de VSG licht toe: “Als trainer sta je vaak voor een keuze, handelen of niet? Met deze cursus willen we trainers het gereedschap geven om verantwoorde keuzes te maken.”
In het werkveld is weinig oog voor de sportmedische aspecten van het trainersvak, zo constateert Voogt: “Bij de medische kant van de sport wordt vooral gedacht aan sportartsen en fysiotherapeuten, maar wij richten ons echt op de trainers. Zij hebben een belangrijke rol. Als je kijkt naar de cijfers van bijvoorbeeld overbelastingblessures, dan is er nog veel terrein te winnen. Daar heeft de trainer een grote rol in omdat die de sporter als eerste ziet.”
Ondanks die belangrijke rol is de sportmedische kennis of een EHBO-cursus bij veel sporten geen onderdeel van het trainerscurriculum. Voogt: “In bijvoorbeeld de klim- en bergsport is het wel een verplicht onderdeel, maar in veel andere sporten is dat niet het geval.”