Minke Booij wil af van het chagrijn

Voormalig tophockeyster moet vrouwenvoetbal naar hoger plan tillen Booij wil af van het chagrijn Vrouwenvoetbal moet nog een vaste plek zien te verwerven in de Nederlandse (sport)cultuur. Minke Booij trekt de kar.

door Pim Dikkers

Ze maakt graag de vergelijking met haar eigen topsportloopbaan. Hoe Minke Booij (38) als tribuneklant het WK hockey van 1998 in Utrecht aanschouwde. En daar de Oranje-hockeysters in ‘een hobbezak’ zilver zag pakken. Tegenstander in de finale was Australië. Topfit, toen al gekleed in tenues met scherpe snit. Schoolvoorbeelden van op-en-top topsportvrouwen.

Kort na het toernooi debuteerde Booij zelf in Oranje. Met de jaren groeiden zij en haar teamgenoten uit tot boegbeelden van de vaderlandse sport. Met als ultieme bekroning de wereldtitel van 2006. Missie volbracht, de transformatie van welwillende ‘amateurs’ tot trotse topsporters was volmaakt. Bovendien: de Nederlandse hockeysters werden voor vol aangezien.

Met de voetbalvrouwen begeeft Booij zich in een soortgelijke situatie als toen eind jaren negentig met de hockeysters. Voor de vrouwen van Oranje is plaatsing voor een WK, dat volgende week in Canada begint, al ‘historisch’. Aan Booij als kersvers manager vrouwenvoetbal de (loodzware) taak om het vrouwenvoetbal in Nederland naar een hoger plan te tillen.

„Een succesvol WK zou mijn werk makkelijker maken, maar als het onverhoopt minder gaat, betekent het niet dat het meteen onmogelijk wordt. De druk om het vrouwenvoetbal groter te maken in Nederland mag niet bij de speelsters liggen.” Nee, die verantwoordelijkheid trekt Booij volledig naar zich toe. Haar opdracht is drieledig. Topprestaties van Oranje is één, maar ook voetbalontwikkeling (groei en behoud van jonge speelsters) en talentontwikkeling staan hoog op haar agenda voor de komende jaren. „We hebben aantallen nodig. Clubs moeten nog om leren gaan met de aanwas van veel meisjes. Spelen ze mee met de jongens? Moeten we ruimte maken voor een damesteam (noot van blogwriter: damesteam = vrouwenteam)? Daar worstelen clubs mee. Meisjes moeten zelf kunnen kiezen wat ze willen. Ze hoeven geen voorkeursbehandeling, maar veel verenigingen, en hun complexen, zijn niet op meisjes ingericht.”

Eigen koers

„Er is een cultuur nodig waarin vrouwenvoetbal ook een plaats krijgt.” Dat is nu nog niet altijd het geval, merkt Booij. ‘Moeten die vrouwen écht voetballen?’ Zomaar een vraag die ze wel eens voor de voeten geworpen krijgt.

Ja, in Nederland wordt er met enige regelmaat, vooral ook door prominenten op tv, met enig dédain neergekeken op het vrouwenvoetbal. „Dat is niet eens een vraag. Natúúrlijk mogen ook vrouwen voetballen. Dan ben ik gelijk uitgepraat. Er zijn mensen wiens mening je nooit meer verandert. Dáár ga ik niet in investeren, is niet onze doelgroep. Anders krijg je calimerogedrag, kruip je in de slachtofferrol. Daar pas ik voor. Als hockeysters hebben we in die positie gezeten.

En wij zijn er ook uitgekomen. Hoe? Door zelfvertrouwen, uitstraling. Laat jezelf zien. Absoluut bij de beste sporters van Nederland willen horen.” En: je eigen koers varen. „Los van de mannen. Dat moeten we met het voetbal ook niet meer doen, die vergelijking. We zijn geen concurrenten. Je komt er niet tussen, dus moet je het niet opzoeken.” Het eigen traject van de Oranje-leeuwinnen, zoals de vrouwen ook door Booij liefkozend worden genoemd, bracht ze al ver. De uitzwaaiwedstrijd voor het WK werd onlangs door 8.000 toeschouwers bezocht. De vrees in de groep voor summiere belangstelling bleek ongegrond. „Op de laatste oefenwedstrijd in Nederland voor het EK van 2013 kwamen 1500 mensen af. Dat is al een enorm verschil.”

Booij is nou eenmaal een positivo, passend bij de functie van pleitbezorger die ze nu heeft. Ze voelt zich gesteund door cijfers; er gaan steeds meer meisjes voetballen. De KNVB telt nu ruim 137.000 vrouwelijke leden; vergelijkbaar met de KNHB en na Duitsland, Engeland en Zweden het vierde land van Europa. En er is het EK in eigen land over twee jaar, de Olympische Spelen van Rio die de komende maand in Canada nog gehaald kunnen worden. Booij wil af van het ‘chagrijn’. „Het kan nooit snel genoeg gaan, maar er is al heel veel bereikt.”

Manager vrouwenvoetbal

Vlak voor de aanstelling van Minke Booij bij de KNVB besloot de voetbalbond met ingang van het nieuwe seizoen te stoppen met de BeNe-League, een gecombineerde competitie voor de beste Nederlandse en Belgische clubs. Er blijven zeven Nederlandse teams over die na de zomer een nieuwe cyclus starten. „Het biedt ook kansen om alleen met Nederlandse clubs een competitie te vormen.

Voor pakweg Heerenveen wordt het er een stuk overzichtelijker op”, zegt Booij. „Maar om het vrouwenvoetbal te ontwikkelen, hebben we een sterke eredivisie nodig.”


Enkele Oranje-internationals spelen al in het buitenland. Booij is, mocht Nederland een sterk WK spelen, niet bang dat er straks niets overblijft van de vaderlandse competitie.

„Dan komt er vanzelf weer nieuw talent, zo werkt het altijd in de sport.” Er gaan stemmen op om de nu zo beperkte competitie uit te breiden met topklassers. Daar wil Booij nu nog niet aan, promoveren en degraderen is er niet bij. „Die discussie moeten we wel blijven voeren, maar het is ook van belang dat clubs de boel goed op orde hebben. We willen een professionele competitie.”

Bron: Brabants Dagblad, zaterdag 30 mei 2015


Ontdek meer van Women's football in the Netherlands | Stats and Analysis

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begin je de discussie niet?

Geef een reactie