vrouwen eredivisie womensfootballnetherlands.com
womensfootballnetherlands.com

“Spark the Game”? Eerst eens consistent beleid voeren

De discussie rondom Hera United ontspoort inmiddels volledig. Een bestaand probleem blijft het gebrek aan consistent KNVB-beleid rondom vrouwen- en meidenvoetbal. Maar tegelijkertijd moeten we ook eerlijk blijven: Hera United was in de praktijk gewoon Telstar met een nieuwe branding. Sportief én financieel stond er geen stabiele Eredivisie-basis, geen top-selectie.

En hoewel ik die afbouw van 12 naar 10 clubs nog steeds een nutteloze ingreep vind, hoeven we nu ook niet te doen alsof alleen Hera United slachtoffer is. NAC Breda en Excelsior zitten in exact dezelfde onzekerheid. FC Groningen heeft investeringen gedaan en verdwijnt alsnog terug naar de Tweede Divisie.

Dus de echte vraag is: wie heeft besloten om al in het tweede seizoen met twaalf clubs deze nietszeggende degradatie door te voeren? En vooral: waarom?

De traditionele topclubs lijken het nauwelijks te interesseren. Logisch ook, want uiteindelijk shoppen zij toch wel bij de andere clubs of in het buitenland. Eerst uit acht concurrenten, straks nog maar uit zes.

Tegelijkertijd stijgen de verwachtingen richting speelsters en organisaties wel gewoon door. Een selectie draaiende houden met speelsters die een fatsoenlijk salaris, woonruimte of mobiliteit verwachten, wordt voor veel clubs simpelweg onmogelijk. Uiteindelijk houd je vooral speelsters over waarvan ouders financieel kunnen bijspringen in de hoop dat hun dochter ooit de stap maakt naar Oranje, de top vier of het buitenland.

Maar voor speelsters buiten die top wordt het probleem gigantisch. Je gaat niet jarenlang in een Eerste of Tweede Divisie spelen met alleen een kilometervergoeding, minimale exposure en de hoop op promotie. Sponsors zonder directe binding met een speelster stappen daar ook niet zomaar in. Dan wordt de Topklasse al snel aantrekkelijker: studie combineren met werk en tóch nog serieus amateurtopsport bedrijven.

Terwijl de oplossing eigenlijk helemaal niet ingewikkeld hoeft te zijn.

Houd de Eredivisie voorlopig gewoon stabiel op twaalf clubs. Richt daaronder een normale Eerste Divisie op met ruimte voor nieuwe BVO’s, maximaal 12 clubs. Laat vanaf 2027/28 de nummer laatst direct degraderen en laat de nummers 10 en 11 play-offs spelen tegen de twee periodekampioenen uit de Eerste Divisie. En play-off wedstrijden tussen de top van de Topklasse en de onderkant van de Eerste Divisie. Pak het gelijk dan goed aan.

Dat is tenminste een structuur waar clubs iets mee kunnen bouwen.

Haal daarnaast de tweede elftallen uit die tussenlaag en laat die in jongenscompetities spelen. Dat is sportief vaak beter én eerlijker voor clubs die daadwerkelijk proberen een volwaardige vrouwenorganisatie op te bouwen.

Want wat we nu doen, voelt vooral als paniekvoetbal.

Jarenlang kregen we namelijk iets totaal anders te horen. Groei was dé toekomst. Meer clubs. Meer zichtbaarheid. Meer speelsters. Meer kansen. Alles draaide om ontwikkeling.

Na de BeNe League werd gesproken over uitbreiding naar twaalf clubs. In 2018 stelde de KNVB zelfs dat de Eredivisie Vrouwen versterkt moest worden, dat speelsters uiteindelijk van voetbal moesten kunnen leven en dat de commerciële waarde omhoog moest.

En in 2019 kregen we campagnes als:
“Met deze samenwerking willen we kinderen met grote dromen inspireren.”

Alles draaide om de OranjeLeeuwinnen. Om groei. Om ambities. Om dromen.

Maar twee seizoenen nadat die twaalf clubs eindelijk gerealiseerd zijn, wordt de competitie alweer afgebroken en speelt straks iedereen drie keer per seizoen tegen dezelfde tegenstander.

Dat is geen vooruitgang. Dat is zwalkend beleid.

En misschien nog wel het meest frustrerende: voor nieuwkomers lijken de licentievoorwaarden telkens aangepast of versoepeld te moeten worden, terwijl andere clubs jarenlang moesten investeren om überhaupt aan te mogen haken. Dat maakt het beleid niet alleen inconsistent, maar ook ongeloofwaardig.

Welke belangen spelen hier eigenlijk achter de schermen? Welke groep binnen de KNVB blijft het schip van koers veranderen? Waarom ontbreekt er nog steeds één duidelijke langetermijnvisie voor het vrouwenvoetbal?

Zelfs de CEV verdween uiteindelijk weer binnen de organisatie. En misschien zit daar juist het probleem: er is geen zichtbaar gezicht meer dat puur het algemene belang van het vrouwenvoetbal bewaakt.

Ook een overkoepelende CAO ontbreekt nog steeds. Waarom eigenlijk? Zijn VVCS en ProProf hierin wel echt serieuze gesprekspartners? En wat gebeurt er straks met arbeidsvoorwaarden als een club degradeert naar een Eerste Divisie zonder professionele structuur?

Het eerlijke antwoord is simpel: het echte geld zit nog altijd rondom Oranje.

Ondertussen blijft de KNVB prachtige campagnes lanceren. “Van dromen naar doelen.” “Spark the Game.” Mooie slogans, prachtige video’s, veel emotie.

Maar zonder stabiliteit, visie en consistent beleid blijven het vooral marketingkreten. En precies dát is het echte probleem van het vrouwenvoetbal in Nederland.


Ontdek meer van Women's Football Data Lab

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

5 reacties

  1. Anton

    Hey Salman. overzichtelijk verhaal en helemaal waar. Ook goede oplossingen. Zit de kern van het probleem niet in het feit dat 33 mannen tegen over 2 vrouwen alles beslissen? En dat het de meeste niet echt interesseert waardoor enkele clubs en de schrijftafel geleerden binnen de KNVB-organisatie de vrijheid hebben om – zoals nu bij elke “ideetje”- beslissingen te nemen? Serieus denk ik dat de tijd gekomen is een onafhankelijke organisatie op te zetten, de (K)NVVB, met uitsluitend leden zoals speelsters, staf en managers vrouwenvoetbal, die dan als belangenorganisatie “‘de strijd’ aan kan gaan?

    • Dankjewel broeder! Het interesseert ze ook totaal niet en alle partijen die ik heb benoemd zijn er voor het mannenvoetbal. En af toe als ze ‘feministische’ klanken nodig hebben, dan zijn de Oranjevrouwen of de Eredivisie Vrouwen even op de voorgrond. En elke ex-speelsters met een functies, wellicht begrijpelijk, zijn met haar eigen ontwikkeling bezig, ook bij die partijen waar sommige aansluiten aan een desk. Sommige hebben geluk gehad dat er geen concurrentie was maar ze helpen en dragen totaal niet bij aan de meiden van de toekomst. De paycheck of de factuur weegt zwaarder dan idealisme.

    • Sandra

      In Duitsland is uit onvrede over het niet benutten van het commerciële potentieel en niet nakomen van afspraken buiten de DFB door de clubs een eigen vrouwencompetitie opgezet. Zij willen een duurzame ontwikkeling waarborgen.

  2. David Endt

    Dat de competitie naar twaalf clubs moest worden verhoogd, was een eerste (?) dwaling. Met kennis en inzicht zou dit, en daarmee de ellende van dit seizoen, zijn voorkomen. De echte kenners, de personen die dieper inzicht aan ervaring koppelen, waarschuwden al voor de misleidende aantrekkelijkheid van meer clubs. Cosmetisch zag een grotere competitie er aantrekkelijk uit, maar groter is niet direct beter. Inhoudelijk betekent het eerder een ondermijning van kwaliteit. Ikzelf heb dit seizoen uit belangstelling en vanuit mijn werk heel wat wedstrijden ‘live’ gezien en mede door de spreiding van talent was duidelijk dat het algemeen niveau gezakt is ten opzichte van een paar jaar geleden en zeker niet voldoet aan de hoop dat dat niveau juist omhoog zou gaan. Dat op de omvang van de eredivisie terug is gekomen, is een vorm van voortschrijdend inzicht (inzicht van de eerdere dwaling). De ‘triplocompetitie’ zoals we volgend jaar gaan beleven, is simpel en misschien wel simplistisch af te schilderen als een zwaktebod, maar het is wel een manier om de clubs meer volwaardige tegenstand, weerstand te laten ondervinden, wat weer voordelig is voor de ontwikkeling van de voetballers en dus voor het voetbal in het algemeen. Pijnlijk was dat de definitieve beslissing over de degradatieregeling lang op zich heeft laten wachten. Wedstrijden in een play-off competitie zou wat soelaas hebben geboden. Wat de KNVB ontbeert is een gespecialiseerde tak Vrouwenvoetbal, met een directeur vrouwenvoetbal die ‘dedicated’ aan de gang gaat met een consistent beleid, met onder zich een afdeling of afdelingen waar de diverse aspecten die bij de ontwikkeling van vrouwenvoetbal, sportief en commercieel, horen de volle aandacht krijgen die het vrouwenvoetbal verdient. Het vrouwenvoetbal en de behartiging daarvan hoort een eigen entiteit binnen de KNVB te zijn. Het ontberen van zo’n structuur is een basisprobleem.

    • Dag meneer Endt, dank u wel voor de reactie, super! Ik snap die analyse deels absoluut. Groter betekent inderdaad niet automatisch beter en de spreiding van kwaliteit was dit seizoen zichtbaar. Alleen vind ik dat de KNVB veel te snel conclusies trekt. Je kunt een competitie niet eerst uitbreiden en vervolgens na twee seizoenen alweer saneren alsof ontwikkeling zich in twaalf maanden laat corrigeren.

      Want kijk naar het patroon: bijna iedere nieuwe club die instapt, vliegt er ook direct weer uit of raakt in zware onzekerheid. Niet omdat groei onmogelijk is, maar omdat clubs nauwelijks tijd krijgen om sportief, commercieel en organisatorisch een Eredivisie-structuur op te bouwen.

      En juist daardoor verlies je uiteindelijk ook talentontwikkeling. Een voorbeeld als Lynn Groenewegen laat zien waarom breedte óók belangrijk is. Zonder een club buiten de traditionele top was zij misschien nooit in beeld gekomen bij FC Twente en uiteindelijk Oranje. Dat Excelsior nu alsnog degradeert terwijl het sportief gewoon jarenlang een rol in het rechterrijtje speelde, zegt eigenlijk alles over hoe hard en onnatuurlijk deze ingreep is.

      Waar ik het wél volledig mee eens ben: vrouwenvoetbal heeft binnen de KNVB een eigen, gespecialiseerde koers nodig. Geen zwalkend beleid per cyclus, maar eindelijk een lange termijnvisie met mensen die hier fulltime en inhoudelijk verantwoordelijkheid voor dragen.

Geef een reactie