In het seizoen 2018/19 werd een zelden gezien niveau bereikt: gemiddeld meer dan vier doelpunten per wedstrijd. Nog geen tien jaar eerder lag dat gemiddelde ruim onder de drie. Wat gebeurde er in die jaren? En waarom lijken de cijfers sindsdien juist af te vlakken?
Wie naar de seizoensdata kijkt, ziet geen rechte lijn omhoog, maar een competitie in beweging. Een competitie die groeide, uitbreidde, zichzelf opnieuw moest uitvinden en inmiddels een fase van volwassenheid lijkt te hebben bereikt.
Dit is het verhaal van die ontwikkeling, verteld door de cijfers.
1. De beginjaren: zoeken naar vorm (2007–2012)
De eerste seizoenen laten een relatief bescheiden doelpuntenproductie zien. Met gemiddeld 2,82 goals per wedstrijd in 2007/08 en een dip tot 2,45 in 2009/10, oogt de competitie nog zoekend.
Dat is niet onverwacht. Met slechts zes tot acht clubs is de structuur beperkt en liggen krachtsverschillen nog dicht bij elkaar. Spectaculair spel is geen vanzelfsprekendheid, stabiliteit en organisatie staan voorop.
Toch zit er al beweging in: richting 2010/11 stijgt het gemiddelde richting de drie doelpunten per wedstrijd. De eerste tekenen van groei zijn zichtbaar.
2. De eerste explosie: meer teams, meer goals (2010–2019)
Vanaf 2010/11 verandert het beeld snel. Het aantal clubs groeit, het aantal wedstrijden neemt toe, en de doelpuntenproductie volgt.
- Van 268 goals (10/11) naar een piek van 454 (18/19)
- Gemiddelde stijgt naar 4,13 goals per wedstrijd in 2018/19
Dit is het tijdperk van expansie en open spel.
Meer teams betekent in eerste instantie:
- grotere kwaliteitsverschillen
- meer ruimte voor aanvallend spel
- minder collectieve defensieve discipline
Het resultaat: wedstrijden met veel doelpunten en grote uitslagen.
Maar deze fase blijkt tijdelijk.
3. Elke uitbreiding brengt een reset
Wat opvalt in de data is een terugkerend patroon: na elke uitbreiding van de competitie daalt of stabiliseert het aantal doelpunten per wedstrijd.
Wanneer het aantal clubs groeit naar 9, 11 en uiteindelijk 12:
- zakt het gemiddelde terug van de piek richting 3,2–3,6
- stabiliseert het spelbeeld
Dit is geen toevalligheid, maar een structureel effect.
Nieuwe teams brengen:
- andere speelstijlen
- vaak defensievere benadering
- minder ingesleten patronen
Daarmee wordt de competitie tactischer en minder voorspelbaar. De open wedstrijden van de groeifase maken plaats voor gecontroleerder spel.
Elke uitbreiding fungeert daarmee als een resetknop.
4. Van spektakel naar balans (2019–heden)
Na het piekseizoen 2018/19 treedt een duidelijke fase van stabilisatie in.
De belangrijkste trends:
- Gemiddelde goals rond 3,3–3,6 per wedstrijd
- Totale productie blijft hoog door meer wedstrijden
- Verschillen tussen teams nemen af
Bijvoorbeeld:
- 23/24: 3,28 goals per wedstrijd
- 24/25: 3,33
- 25/26: 3,36
Het spektakel verdwijnt niet maar wordt consistenter.
De competitie lijkt een punt te hebben bereikt waarop:
- teams elkaar beter kennen
- tactiek belangrijker wordt
- dominantie afneemt
5. Het hardnekkige thuisvoordeel
Door alle veranderingen heen blijft één factor opvallend constant: het thuisvoordeel.
In vrijwel elk seizoen scoren teams thuis meer dan uit:
- structureel verschil van ongeveer 0,2 tot 0,4 goals per wedstrijd
- bijvoorbeeld ~2,0 thuis vs. 1,6 uit in latere seizoenen
Ondanks professionalisering, groei en uitbreiding blijft dit patroon overeind.
Het suggereert dat:
- omgeving, publiek en vertrouwdheid blijvende impact hebben
- tactische ontwikkeling dit effect niet opheft
6. Meer strijd, meer kaarten
Een andere duidelijke ontwikkeling is de toename van het aantal gele kaarten.
- Van 54 in 07/08
- Naar 250 in 25/26
Dat is bijna een verviervoudiging.
Dit wijst op:
- een intensere competitie
- fysieker spel
- meer druk en belangen
De competitie groeit niet alleen in omvang, maar ook in scherpte.
7. Een eerlijkere competitie
Misschien wel de belangrijkste ontwikkeling is minder zichtbaar in de headlines, maar duidelijk in de cijfers: de competitie wordt gelijker.
In latere seizoenen:
- meer wedstrijden eindigen in verlies voor teams die eerder dominant waren
- minder extreme uitslagen
- meer spreiding in resultaten
Met andere woorden: de voorspelbaarheid neemt af.
Dat is vaak het moment waarop een competitie volwassen wordt.
8. Wat zeggen de cijfers over de toekomst?
Als deze trends zich voortzetten, lijkt één conclusie gerechtvaardigd:
De competitie is de fase van snelle groei voorbij.
Wat ervoor in de plaats is gekomen:
- stabiliteit in doelpuntenproductie
- balans tussen teams
- hogere intensiteit
- tactisch volwassen spel
Of er nog een nieuwe explosie komt bijvoorbeeld door verdere professionalisering of internationale invloeden, is onzeker.
Maar wat de cijfers nu al laten zien, is duidelijk.
Slot
De geschiedenis van deze competitie is geen rechte lijn omhoog, maar een reeks sprongen en correcties.
Groei bracht spektakel.
Uitbreiding bracht aanpassing.
En uiteindelijk bracht die dynamiek iets anders:
balans.
En misschien is dat wel het sterkste teken van vooruitgang.
📊 Clubs vs Goals per wedstrijd
In 2018/19 bereikte de competitie haar absolute piek: 4,13 doelpunten per wedstrijd. Het was het logische gevolg van jarenlange groei. Maar opvallend genoeg volgde daarna geen verdere stijging, juist een daling en stabilisatie.
De verklaring ligt niet alleen in kwaliteit, maar in structuur. Want elke keer dat de competitie werd uitgebreid, veranderde ook de manier van spelen. Alsof het systeem zichzelf opnieuw moest uitvinden.
Goals per seizoen

“Na een explosieve groei tot 2019 stabiliseert het aantal doelpunten.”
Home vs Away

“Thuisvoordeel blijft door alle veranderingen heen bestaan.”
Clubs vs Goals

“Meer clubs leidt niet automatisch tot meer goals per wedstrijd.”
Ontdek meer van Women's Football Data Lab
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.





Dag Salman, leuk om weer een stuk te lezen… zeker ook omdat het deze keer gaat over de kwaliteit van voetballen op het hoogste niveau bij de Nederlandse vrouwen.
Het grappige is dat omdenken hierbij een rol kan spelen die leidt naar verschillende inzichten op de huidig ontstane situatie. Daar liggen natuurlijk heel wat jaren aan ten grondslag. Ik zal de indeling aanhouden die jij hebt gebruikt.
1-2007 … het ontstaan … de topspeelsters waren verzameld in het Nederlands vrouwenteam. Bondscoach Vera Pauw bepaalde waar speelsters heen gingen zodat er een ‘zo goed mogelijke’ verdeling van voetbalkrachten ontstond … Saestum (haar team als voetbalster) was een verzameling van internationals die in die periode de competitie beheerste (een soort Pogacar maar dan op teamniveau bij de vrouwen). Er was weerstand van een paar speelsters … die werden overruled … Het niveau van speelsters in een team qua niveau liep nogal uiteen … heeft effect op doelpunten maken maar ook op … worden de beste speelsters wel beter in zo’n omgeving en gaan die zich nog ontwikkelen naar hun eigen top (ook in scoren)
2-meer teams in dezelfde omgeving op het hoogste niveau … zoveel talentvolle speelsters waren er niet in Nederland (de rol van het JPN was voor meisjes altijd van grote ontwikkelingswaarde … werd door Vera teruggebracht omdat het JPN geld naar de top moest … daarmee de basis zwakker makend … iets dat op termijn een werking heeft). De latere 2017 speelsters zijn voortgekomen uit de tijd dat er in 50 regio’s een M0.13 was (bestaand uit M0.13 en M0.12 meisjes … die daarmee 2 jaargangen JPN verkregen … inclusief hun ouders en hun kader bij de clubs).
Meer teams geeft dan een grote kans op verlaging van niveau … zeker als de instroom van die lager opgeleide lichtingen plaats gaat vinden
3-de reset … tja … een lager niveau instroom levert een lager niveau van kansen creëren … en een lager niveau van scoren … en … de top gaat verdwijnen omdat ze in het buitenland gaan spelen … Daarmee verdwijnt de input van kwaliteit in de Nederlandse competitie. Gelukkig komen er langzaamaan hoger opgeleide coaches in het vrouwenvoetballen.
4-het spektakel … meer trainen helpt … omdat er meer reflectie momenten kunnen komen … het tempo van handelen gaat omhoog … de vraag is of dat ook gebeurt met het maken van zinvolle keuzes in het spel. Het zou helpen en zinvol zijn als gekeken gaat worden naar de wijze waarop gescoord wordt. De lichting van 2017 (die voor een groot deel voortkwam uit de M0.13 regio teams) raakt voor een deel uitgespeeld in het buitenland (keert terug of gaat elders spelen in competities met lager niveau). De Nederlandse competitie is qua niveau nog goed haalbaar voor de terugkerende speelsters. Rara … wat zegt dat … ? Deze club van Twente is een voorbeeld van de situatie https://youtu.be/jD_hNzuk6tw … het gaat vaak over kwaliteit en hoe die ontwikkeld wordt … en .. .wat als kwaliteit wordt gezien … dat heeft weer te maken met kwaliteit beleidsmakers en uitvoerders
5-thuis of uit … tja … als de omgeving verschilt dan is dat van impact … ADO speelt in het stadion … anderen weer bij een amateurclub … of afwisselend op een amateurveld of in een stadion (dat meestal dan toch een lege indruk geeft … hoor alleen al het geluid in een stadion … scoren doe je alleen als je kansen hebt …
6-meer strijd is niet onlosmakelijk verbonden aan meer kaarten … wel aan ander gedrag in bepaalde situaties … hier is het zinvol om eens te onderzoeken op welke manier kaarten zijn gecreëerd … en waarvoor ze gegeven zijn. Iemand vastpakken … tja … is blijkbaar nodig omdat daarvoor iets niet helemaal goed is gegaan op voetbal inhoudelijk gebied … een noodoplossing dus … maar scoren … tja … dat blijft een gevolg van kansen … Meer strijd is niet perse een teken van hoger niveau … wel mogelijk van een meer vergelijkbaar niveau … of van moeite hebben met een bepaalde druk om te gaan … Wie scoort veel onder druk … wie juist niet
7-een gelijke competitie … tja … het afgelopen seizoen in ieder geval niet …
6 PEC Vrouwen 22-11-1-10 35-32 +3 34 punten
Nummer 6 … dus linker rijtje … haalt 34 punten … dat is de helft plus 1 van het mogelijk te behalen puntenaantal in 22 wedstrijden. Vanaf Heerenveen (die verspelen 40 van de mogelijk te behalen 66 punten) en lager is het een beetje schrikbarend … weinig scorend vermogen … en … ook wel belangrijk … weinig defensief vermogen. De verschillen zijn groot … dus!!!
8-de toekomst … dient meer speelsters op te leveren die in staat zijn om op het hoogste niveau partij te bieden … dan kom je terug bij de opleiding …vanaf (gelukkig steeds vaker) 5 a 6 jaar … en wat gebeurt daar …??? Dan zie ik in dat filmpje van Twente van hierboven dat Rene Roord blij is met de M0.16 … en tja … dan denk ik ik … we missen echt een goed opgebouwde competitie … en …we missen de leeftijdsopbouw die nodig is … waardoor continuïteit in opleiden plaats kan vinden … de stap van 15 jaar (M0.16) naar 18 jaar (beloften) naar ‘open leeftijd’ (1e teams) is nou niet bepaald een logische … dus ook het scorend vermogen wordt niet op logische manier ontwikkeld …
Wat wil de KNVB nou echt … wat willen clubs nou echt … ouders betalen heus de kosten voor hun dochters … en rijden van hot naar her als dat gevraagd wordt … Het gaat dus over beleid … over kwaliteit in de top van het kader … en over de wil om echt iets op te zetten … De competitiestructuur is nauwelijks van bijdrage geweest aan het ontwikkelen van meer talent … omdat vanaf de 0.13 er geen logische piramidale opbouw is … Er ligt echt veel aan ten grondslag dat het niet zo goed gaat met Nederland … Er wordt vaak geroepen over toptalenten … Brugts is echt geen Europese top … en helaas nog meer van die jongere meiden … die hebben veel te grote stappen in hun opleidingstraject moeten zetten … waardoor hun kwaliteiten niet de tijd hebben gehad om zich op natuurlijke wijze te ontwikkelen tot hun echte top …
Groet,
Jan