Wie is er verantwoordelijk: KNVB of BVO?

Een hoop oneliners passeren ons sinds de vertaalde versie van de FIFA (Women’s Football Development Programme Guidelines) om het vrouwen- en meidenvoetbal in de wereld verder te ontwikkelen, enthousiasmeren en of te stimuleren.

De stimulans zit in feit dat meisjes (nog) sneller in aanraking moeten komen met het voetbal, het spel dat elk hart sneller laat kloppen, voornamelijk bij jongens en mannen in welke economische hoedanigheid dan ook. De meisjes moeten het liefst al tussen haar 4e en 6e jaar een voetbal van dichtbij hebben gezien. Het voordeel daarvan is dat ze gauw het plezier van het spel kan ontdekken.

Nu komen meisjes gemiddeld pas rond haar 8e in aanraking met voetbal. En dat is ‘financieel’ zonde maar ook voor de FIFA en UEFA want naast de landelijke campagnes voeren zij een wereldwijde ‘strijd’ voor de positie van het (vrouwen) voetbal. Ook daar tellen de cijfers en de contracten. Over de niet uitdagende competitiestructuur binnen het meidenvoetbal wordt totaal niet gesproken, dat is juist de vijver om uitstroom tegen te gaan.

Een brug tussen wetenschap en praktijk

Het is de 89ste minuut en het staat 0-0. De aanvaller van Ajax loopt recht op de keeper af en kiest een hoek uit. De aanloop is allesbeslissend voor het resultaat weet de spits die enkele dagen daarvoor geanalyseerd is door Vosse de Boode bewegingswetenschapper bij het adidas miCoach Performance Centre van AFC Ajax. Geen schuine aanloop maar recht op de bal af voor de perfecte balans en de meeste kans op een doelpunt. Zo geschiedde het: 1-0 en drie belangrijke punten. Hoe kan de wetenschap een bijdrage leveren aan succes in de praktijk?

Een rooskleurige opening maar in de hedendaagse sportwereld liggen wetenschap en praktijk nog mijlenver uit elkaar. Een afstand die moeilijk te overbruggen lijkt maar stapsgewijs steeds dichter naar elkaar toe groeit: “De onderzoeken van bewegingswetenschappen bieden zoveel bruikbare inzichten voor de sportwereld, maar de sporters zelf hebben vaak geen idee waar het van toegevoegde waarde kan zijn” aldus de Boode tijdens het vvbn Symposium.

Samenwerking met clubs uit de omgeving

Meisjes- en vrouwenvoetbal is de afgelopen 10 jaar met 84 procent gegroeid, en ruim 86 procent procent van de verenigingen biedt meisjes- en vrouwenvoetbal aan. Deze mooie cijfers nemen niet weg dat de verenigingen soms met de meisjes- vrouwenteams voor een uitdaging staan: zijn er wel voldoende meisjes/vrouwen elk speelweekend?

Klinkt dit bekend? Gezamenlijk kan dit worden omgezet in kansen om zoveel mogelijk meisjes en vrouwen aan het voetballen te krijgen en houden. Soms kan samenwerken met clubs uit de omgeving een uitkomst bieden om teams compleet te krijgen en te houden. Wat voor samenwerkingsmogelijkheden zijn er met clubs uit de omgeving met betrekking tot teams samenvoegen?

Vrouwenvoetbal op de kaart!

Het leek de goede kant op te gaan met het vrouwenvoetbal toen de Women’s BeNe League er in 2012 kwam en we de beste damesteams van Nederlandse en Belgische bodem konden zien strijden in een eigen topcompetitie. De snelle groei van de sport bracht echter ook snel de keerzijde van de medaille aan het licht: een met veel ophef gelanceerd BeNe League Magazine hield snel op te bestaan, het vrouwenvoetbal van FC Utrecht ging failliet wegens gebrek aan sponsoren, de media aandacht is beperkt en het niveau is lastig hoog te houden. Toch schijnt achter de wolken ook de zon…

Kinderschoenen
Dat het niveau in het Nederlandse vrouwenvoetbal achterblijft is jammer, maar ik ben er denk ik deels mede schuldig aan. Voor de speelsters die het namelijk goed doen in ons land, lonkt al snel het buitenland met meer kansen en verdiensten. Dus verkiezen veel talentvolle meiden voor een carrière in een andere competitie dan de BeNe League, waardoor het lastig is voor Nederlandse clubs om het speelniveau op peil te houden. FC Twente Vrouwen was als pionier in 2011, de eerste Nederlandse club die speelsters ging betalen voor hun inzet. Dus we hebben het echt nog over kinderschoenen-werk. Er klinken geluiden dat ‘het te weinig leeft’ en dat sponsors een afwachtende houding aannemen door de geringe media-aandacht voor het damesvoetbal.